PE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.0 Transitional//EN"> omega constellatie Verenigd met de Beminde - bloemlezing christelijke mystiek

Verenigd met de Beminde - bloemlezing christelijke mystiek omega constellatie

Verenigd met de Beminde - christelijke mystiek Veertig christelijke mystici over de eenheid met God en met Christus - een bloemlezing Verzameld, ingeleid en gedeeltelijk vertaald door Charles Steur. Inhoud Inleiding 1. Abt Isaac 4 2. Evagrius 5 3. Pseudo-Macarius 8 4. Augustinus 11 5. Pseudo-Dionysius 13 6. Simeon de Nieuwe Theoloog 17 7. Willem van Saint-Thierry 22 8. Bernardus van Clairvaux 26 9. Richard van Saint-Victor 28 10. Hildegard von Bingen 32 11. Beatrijs 35 12. Hadewijch 38 13. Mechtild van Magdeburg 42 14. Mechtild van Hackeborn 45 15. Jacopone da Todi 48 16. Ramon Lull 51 17. Hugo van Balma 53 18. Angela de Foligno 56 19. Marguerite Porete 58 20. Meister Eckhart 61 21. Tauler 65 22. Ruusbroec 68 23. Willem Jordaens 73 24. Richard Rolle 74 25. Juliana van Norwich 77 26. Gerlach Peters 80 27. Nicolaas van Cusa 84 28. Catharina van Genua 88 29. Bernardino de Laredo 92 30. Teresa van Avila 94 31. Johannes van het Kruis 97 32. Benedictus van Canfield 101 33. Jean de Saint-Samson 104 34. Maria Petyt 109 35. Madame Guyon 112 36. De Russische pelgrim 115 37. Teilhard de Chardin 117 38. Henri le Saux 121 39. Bernadette Robertson 124 40. Willigis Jäger 128 Inleiding Hoe en waar kan de mens God vinden? Niet met behulp van zijn verstand. Al wat hij denkt, zelfs zijn hoogste begrippen, zijn mensenwerk. De liefde gaat echter binnen waar het verstand buiten moet blijven. De liefde overwint alle scheidingen en maakt één, één met de beminde, één met de Beminde, want in de liefde is God benaderbaar en toegankelijk. Liefde bemerkt dat God zelf liefde is, uitnodigende liefde, die mensen in zichzelf binnentrekt. De hoofdstroom van de christelijke mystiek is liefdesmystiek. Analoog aan de relatie tussen man en vrouw duidden de mystici hun eenwording met God en met Christus als een geestelijk huwelijk. Het vuur van de liefde is de drijvende kracht, die de grenzen van het menszijn slecht en de mens aan God gelijk maakt. Om God te zoeken en Christus na te volgen waren sommige christenen in de vierde eeuw de woestijnen van Egypte en Syrië ingetrokken. Zij onderwierpen zichzelf aan een strenge ascese om aan de heerschappij van hun lichaam te ontkomen. Zij waren gehoorzaam aan hun geestelijke vader om het juk van hun eigen wil te breken. Zij legden zich zo intens toe op het gebed, dat dit onophoudelijk werd en als vanzelf in hun hart opwelde. Naast deze sterk affectieve stroming van het hesychasme, genoemd naar het Griekse woord voor innerlijke rust, bracht het oosterse christendom een meer intellectueel georiënteerde mystieke theologie voort, die langs de weg van het denken en het overstijgen van het denken in het niet-weten tot God probeerde komen. In de latere westerse mystiek werd de voorkeur voor de weg van het hart nog sterker, nadat Bernardus en Franciscus de religieuze gevoeligheid van hun tijd gericht hadden op Christus, in wie God voor mensen zichtbaar en tastbaar werd. De dertiende eeuw was de gouden tijd van de mystieke vrouwenbeweging. De begijnen hadden in hun vrijheid vreugde en inspiratie gevonden, zozeer dat de kerkelijke hiërarchie zich bedreigd voelde en de inquisitie inzette om haar machtspositie te redden. Theologisch werd als grens geformuleerd dat God en mens wezenlijk van elkaar verschillen. Merkwaardigerwijze kwamen in de veertiende eeuw zowel de belangrijkste inquisiteurs als de grootste mystici uit de orde der dominicanen. Zowel in de theologie als in de spiritualiteit namen de bedelorden de leidende rol van de slotkloosters over en meer en meer bleek ook bij leken mystieke begaafdheid tot ontplooiing te kunnen komen. In de vijftiende eeuw leek de creativiteit geluwd, maar in de zestiende eeuw laaide de vonk opnieuw op, dit maal in Spanje, onder leiding van Teresa van Avila en Johannes van het Kruis, die samen de orde van de Karmel hervormden. De zeventiende eeuw kende nog enkele oplevingen maar werd tevens ontsierd door de controverse rond het quiëtisme, waarin auteurs als verdacht golden zodra zij de passiviteit van de menselijke vermogens tegenover Gods inwerking benoemden. In de achttiende eeuw werd de geest van de Verlichting zo bepalend dat ook binnen de kerk geen ruimte meer was voor mystiek. De negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste werden beheerst door secularisatie, empirisme en materialisme. Onverwacht, want zij leek morsdood, lijkt de christelijke mystiek sindsdien te herleven, steeds in dialoog, met de natuurwetenschappen, de moderne psychologie of de oosterse godsdiensten. Het mensbeeld van de transpersoonlijke psychologie legt opnieuw de verbinding tussen het menselijke en goddelijke. Zo doet het recht aan het getuigenis van de mystici dat het mens-zijn zich niet laat begrenzen, dat de mens hangt in God en dat alleen God de mens kan vervullen. Zo wordt van buiten af een nieuw verstaan van de christelijke mystici mogelijk. Mystiek is het verlangen naar God en de vervulling van dat verlangen. Uit de toeleg van de monniken en de overgave van de mystici ontstond een integrale scholingsweg, vergelijkbaar met die van andere contemplatieve tradities. In de christelijke terminologie bestaat deze uit de volgende, elkaar gedeeltelijk overlappende onderdelen: - Een ascetische leefwijze, waarin de verlangens van het lichaam onder controle worden gebracht, zodat zij het innerlijk leven niet langer verstoren. - Het ontvangen van de sacramenten en het verwerven van de deugden, om zo 'een goed mens' te worden, te leven volgens Gods geboden en meer en meer gelijkvormig te worden aan Christus. - Lezing van de Bijbel, om vertrouwd te raken met Gods woord en de prediking van Jezus. - Gebed, het inoefenen van de vertrouwelijke omgang met God. - Meditatie, het innerlijk verstillen en deze leegte laten opvullen met de aanwezigheid van God en van Christus en daarin verwijlen. - Contemplatie, het schouwen van God. - De vereniging met God. - Eenheid met God. De overgang van verlangen naar vervulling voltrekt zich gewoonlijk in de meditatie, wanneer de menselijke beelden, zoals het overwegen van scènes uit het leven van Jezus of van Gods eigenschappen, als vanzelf verstillen en overgaan in een woordeloos verwijlen in Gods aanwezigheid. Dan begint het schouwen. Dit is wellicht de meest ongrijpbare term uit heel de mystieke traditie, die door elke auteur op een eigen wijze wordt gebruikt. Bovenstaande omschrijving, het woordeloze verwijlen in Gods aanwezigheid, is ontleend aan Johannes van het Kruis. In visionaire verslagen verwijst schouwen gewoonlijk naar een inwendig zien van Christus of van God. In afgeleide zin lijkt het soms niet meer te betekenen dan het staren naar een afbeelding van Christus. Voor primair verstandelijk aangelegde mystici staat schouwen in verband met het ontvangen van diepe inzichten in Gods eigenschappen en in zijn wegen met de wereld, de mensheid en de individuele mensen, in schepping, voorzienigheid, verlossing en innerlijke leiding. Bovenverstandelijk is het schouwen duister, boven alle begrippen verheven. In eerste instantie ervaart de mens Gods verblindende licht als duisternis. Wanneer hij er geleidelijk aan gewend is geraakt, gaat hij steeds meer het licht zien en schouwt hij ook het aardse in het licht van God. De allerhoogste vorm van schouwen is het zien van Gods wezen, het zien of weten wie Hij in zichzelf is, in het in- en uitvloeien van de drie goddelijke personen in de eenheid van de Godheid. De christelijke mystiek is uitgesproken trinitair georiënteerd, niet op dogmatische wijze, maar als een levende ervaring van een binnengoddelijke dynamiek, die uitvloeit naar de schepping toe. Mystici en theologen zijn het er niet over eens of dit wezenlijke schouwen van God al in dit leven mogelijk is of pas hierna, in de heerlijkheid van Gods eeuwigheid, wanneer de mens in alles aan Hem gelijk zal zijn. Want het schouwen van God vormt de mens om in God, zonder dat zijn mens-zijn evenwel verloren gaat. Eenheid is een van de grote thema's van deze tijd. De kwantumfysica kwam een materieel-energetische eenheid op het spoor. Voor Freud was het ego de eenheid van de menselijke persoon. In het zelf plaatste Jung de menselijke eenheid op een hoger niveau. De transpersoonlijke psychologie betrekt daar ook de spirituele dimensie bij. In de mystieke tradities wordt de eenheid van de mens met God nog overstegen door de absolute eenheid van de Godheid. Deze bloemlezing laat veertig christelijke mystici aan het woord over hun liefde en verlangen, over hun intieme omgang met God en over de mystieke vereniging. Veel teksten werden voor deze gelegenheid in het Nederlands vertaald. Andere citaten werden overgenomen, wat het verschil in stijl en hoofdlettergebruik verklaart. Charles Steur (wegennaareenheid.nl@gmail.com ) terug naar de Inhoud 1. Abt Isaac Na een verblijf van enkele jaren in een klooster in Betlehem bezocht Johannes Cassianus (ca. 365-ca. 435) samen met een vriend de kluizenaars en kloosters in de Egyptische woestijnen. Zij bleven er ruim twaalf jaar. Cassianus tekende hun gebruiken op en de gesprekken die zij met hen hadden. Abt Isaac sprak met hen over het gebed . Het Gebed des Heren brengt hen die ermee vertrouwd zijn op een hoger plan, tot dat vlammende gebed, dat maar zo weinigen kennen en ervaren, en dat, om het precies te zeggen, onuitsprekelijk is. Dit gaat alle menselijk voelen te boven; er is geen enkel stemgeluid of beweging van de tong of uitspraak van woorden meer te onderscheiden. De geest drukt het niet uit in enige menselijke bewoordingen, maar door een hemels licht overstraald, in een totale concentratie, laat hij het stromen als een overrijke bron en stort het uit voor God op een onuitsprekelijke manier. In het uiterst korte ogenblik dat dit gebed duurt, brengt de geest zoveel uit dat hij het, weer tot zichzelf gekomen, nauwelijks onder woorden kan brengen of in gedachten nagaan. (J. Cassianus, 'Gesprekken'. Bilthoven, 1968. Gesprek IX, 25 (p. 179)) Overigens wordt Jezus ook wel gezien door de bewoners van de steden, dorpen en gehuchten, dat is, door hen die in het actieve leven en in de werken verkeren, maar niet met die klaarheid waarmee Hij aan hen verschijnt die met Hem de berg der deugden kunnen beklimmen, namelijk Petrus, Jacobus en Johannes (Mt. 17,1). En ook aan Mozes verscheen Hij eveneens in de eenzaamheid, en tot Elias sprak Hij in diezelfde conditie (Ex. 3,2; 2 Kor. 19,9). Onze Heer heeft dit willen bevestigen en ons een voorbeeld van volmaakte zuiverheid gelaten. Hij, de onschendbare bron van heiligheid, had de uitwendige hulpmiddelen van afzondering en eenzaamheid niet nodig om die te verkrijgen. De volheid van zuiverheid kon immers door geen onreinheid van de menigte bevlekt worden; Hij die al het onreine zuivert en heiligt, kon door geen menselijk contact besmet worden. En toch zondert Hij zich af om op de berg alleen te bidden (Mt. 14,23). Door dit voorbeeld van zijn afzondering leert Hij ons dat wij, als ook wij met een zuiver en onverdeeld hart tot God willen bidden, ons eveneens moeten afzonderen van alle onrust en verwarring der menigte, om ons aldus in dit leven al enigszins te vormen naar het model van die zaligheid, die de heiligen in de toekomst wordt beloofd, opdat ons 'God alles in allen zij' (1 Kor. 15,28). Dan zal in ons het gebed van onze Verlosser volkomen vervuld worden, dat Hij voor zijn leerlingen tot de Vader richtte: 'Dat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad in hen moge zijn en zij in Ons' (Jh. 17,26 en 21); en eveneens: 'Dat zij alleen één mogen zijn, zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U, opdat ook zij in Ons één mogen zijn' (ib. 21). Dan zal die volmaakte liefde van God, 'waarmee Hij ons het eerst heeft liefgehad' (1 Jh. 4,10), ook in ons hart zijn overgegaan, door de vervulling van dat gebed van de Heer, waarvan we geloven dat het volstrekt niet zonder gevolg kan blijven. Dit zal geschieden als al onze liefde, al ons verlangen, al ons streven, ons pogen, ons denken, heel ons leven, ons spreken, ons ademen, God zal zijn; als die eenheid die de Vader heeft met de Zoon en de Zoon met de Vader op ons hart en onze geest zal zijn overgegaan. Zoals Hij ons met een oprechte en zuivere en onwrikbare liefde bemint, zo zullen ook wij met Hem verbonden zijn in een eeuwige en onontbindbare liefde, zó intiem met Hem verenigd, dat al ons ademen, ons denken, ons spreken, God is. (Aangehaald werk (A.w), X, 6-7 (pp. 193-194) terug naar de Inhoud 2. Evagrius Evagrius (ca. 345 - ca. 399) werd geboren in Klein-Azië en kreeg een uitstekende scholing, onder andere bij de toonaangevende bisschoppen Basilius de Grote en Gregorius van Nazianze. Hij was ijdel en leek voorbestemd voor hoge kerkelijke functies. Hij ontvluchtte echter de wereld om een einde te maken aan de aantrekking tussen hem en een gehuwde vrouw. In de woestijn van Egypte werd hij leerling van Macarius de Grote en Macarius van Alexandrië, twee beroemde geestelijke vaders. In zijn geschriften is duidelijk de invloed van Origenes waar te nemen, de exegeet uit de derde eeuw die de allegorische uitleg introduceerde in het christendom. Op sommige punten kon Origenes de toets van de orthodoxie niet geheel doorstaan omdat hij te dicht bij Plato stond, met name wat betreft de oorsprong van de zielen en de negatieve waardering van de materie en het lichaam. Daarom kwam ook Evagrius in een nadelig licht te staan toen er aan het eind van de vierde eeuw onder de monniken in de Egyptische woestijn onrust ontstond over de geschriften van Origenes. Zijn geschriften bleven echter populair bij veel monniken, met name zijn leer over het zuivere gebed, waarin de menselijke geest van alle beelden en begrippen ontdaan is en zich zonder enige afleiding volkomen richt op God. Volgens Evagrius is dit gebed de hoogste staat van de menselijke geest, waarin deze zijn natuurlijke vervulling vindt. De geestelijke opgang beschreef hij in drie stadia. In het praktische, dat is het ascetische leven brengt de monnik zijn hartstochten onder controle. In het tweede stadium, het fysieke, ziet hij de sporen van God in de natuur. In het theologische leven bereikt hij het schouwende kennen van het mysterie van de Drieëenheid, van het binnen-trinitarische leven van de drie goddelijke personen. Het zien van het licht van de Drieëenheid is volgens Evagrius een directe kennis van God, omdat deze kennis niet bemiddeld is door de zintuigen of door concepten of afbeeldingen. In vergelijking met onder andere Gregorius van Nyssa en Pseudo-Dionysius, de grondleggers van de negatieve theologie, waarin God in duisternis en op onkenbare wijze geschouwd wordt, valt op dat Evagrius over God spreekt als licht en dat God volgens hem kenbaar is. God is kenbaar in zijn Drieëenheid. Of God ook in zijn Eenheid gekend kan worden beantwoordt Evagrius soms bevestigend, soms ontkennend. Zijn geschriften bestaan uit korte spreuken, vaak gerangschikt in honderdtallen . Wie in Geest en Waarheid bidt, haalt zijn lofzangen voor de Schepper niet meer uit de schepselen, maar uit God zelf looft hij Hem. (Evagrius van Pontus, 'Tractaat over het gebed', nr. 58 (p. 41). In: Evagrius en Diadochus, 'In Geest en Waarheid', Brugge/Utrecht, 1965) Monnik is degene die van allen gescheiden en met allen vereend is. (A.w., nr. 124 (p. 53)) Wie in zichzelf de deugden heeft gegrondvest en er geheel mee vermengd is, denkt niet meer aan de wet, de geboden en de bestraffing, maar hij zegt en doet alles wat de voortreffelijke staat hem ingeeft. (Evagrius Pontus, in: Evagre le Pontique, 'Traité Pratique ou Le moine', nr. 70; SC 171, Paris, 1971 (pp. 656v.). Ik vermijd de Nederlandse vertaling van Chr. Wagenaar in Evagrius van Pontus, Geestelijke Geschriften II, Bonheiden, z.j., o.a. omdat hij de 'nous' vertaalt als 'verstand') Elke verstandelijke natuur is een kennende essentie en onze God is kenbaar. Op ondeelbare wijze verblijft Hij in hen in wie Hij verblijft, zoals bij het aardse handwerk (dat de sporen van zijn maker draagt), maar Hij is daaraan superieur, omdat Hij bestaat op substantiële wijze. (Evagrius, 'Zeshonderd uitspraken over de kennis', 1,3. In: Les Six Centuries des Kephalaia Gnostica d'Evagre le Pontique. Edition critique et traduction du Syrien par Antoine Guillaumont. Paris 1958) Eén is Hij die zonder bemiddeling is en die, als gevolg daarvan, door middelaars in alles is. (A.w., 1,12 (p. 21)) Zoals het licht, wanneer het ons alles laat zien, geen licht nodig heeft waarmee het gezien zou kunnen worden, zo heeft God, als Hij alles laat zien, geen licht nodig waarmee Hij gekend zou kunnen worden. Want in zijn essentie is Hij licht (1 Jh. 1,5). (A.w., 1,35 (p. 33)) God is overal en Hij is niet ergens. Hij is overal, want in al wat gemaakt is, is Hij door zijn veelvoudige wijsheid (Ef. 3,10). Maar Hij is niet ergens, want Hij is niet één van de dingen. (A.w., 1,43 (p. 39)) Het einde van de natuurlijke kennis is de heilige Eenheid. Er is echter geen einde aan de onwetendheid, zoals gezegd is: 'Er is geen grens aan zijn grootsheid' (Psalm 115,3). (A.w., 1,71 (p. 51)) Wij kunnen de gelijkenis ontvangen van al wat is samengesteld uit de vier elementen, of het ver verwijderd is of dichtbij. Alleen onze geest is voor ons onbegrijpelijk, evenals God, zijn maker. Het is voor ons onmogelijk te begrijpen wat een natuur is die ontvankelijk is voor de heilige Drieëenheid, noch om de Eenheid te begrijpen. Dit is substantiële kennis. (A.w., 2,11 (p. 65)) De naakte geest is hij die, door de contemplatie die zijn deel is, verenigd is met de kennis van de Drieëenheid. (A.w., 3,6 (p. 101)) De ziel is de geest die, door onachtzaamheid, uit de Eenheid is gevallen en die, als gevolg van zijn gebrek aan waakzaamheid, is afgedaald tot de rang van het werkzame leven. (A.w., 3,28 (p. 109)) Beeld van God is niet hij die ontvankelijk is voor zijn wijsheid, want dan zou ook de lichamelijke natuur beeld van God zijn. Hij echter is beeld van God, die ontvankelijk is geworden voor de Eenheid. (A.w., 3,32 (p. 111)) De erfenis van Christus is de kennis van de Eenheid. Als allen mede-erfgenamen worden van Christus, zullen allen de heilige Eenheid kennen. Maar het is niet mogelijk dat zij zijn mede-erfgenamen worden als zij niet eerst zijn erfgenamen geworden zijn. (A.w., 3,72 (p. 127)) De mede-erfgenaam met Christus is hij die de Eenheid bereikt en met Christus genoegen schept in de beschouwing. (A.w., 4,8 (p. 139)) Zoals wij nu door middel van de zintuigen met de zintuiglijke objecten omgaan en aan het eind, wanneer wij gereinigd zullen zijn, ook hun kenbeelden zullen kennen; zoals wij eerst de objecten zien en als wij nog meer gereinigd zullen zijn ook de beschouwing zullen kennen die hen betreft, zal het daarna mogelijk zijn ook de heilige Drieëenheid te kennen. (A.w., 5,77 (p. 201). Volgens Plato correspondeert met elk fysiek object een kenbeeld (idea) in de geestelijke wereld. De drie hoogste kenbeelden zijn het ware, het goede en het schone, die als een soort drieëenheid staan voor het Ene, waarover Plato niet expliciet spreekt. In een christelijk platonisme onderscheidt Evagrius hier de objecten, de beschouwing van de kenbeelden van de objecten en de Drieëenheid . Wanneer de geest de essentiële kennis zal ontvangen, zal ook hij God genoemd worden, omdat ook hij dan veelvormige werelden kan grondvesten. (A.w., 5,81 (p. 211)) De bovenzinnelijke tempel is de zuivere geest, die nu de veelvormige wijsheid van God (Ef. 3,10) in zich heeft; de tempel van God is hij die de heilige Eenheid ziet en het altaar van God is de beschouwing van de heilige Drieëenheid. (A.w., 5,84 (p. 213)) De geest die binnengaat in het praktische leven van de dienst aan de geboden van God, maakt voortgang aan de hand van het contact met de dingen van deze wereld. Als hij binnengaat in de kennis, gaat hij voort in de beschouwing. Als hij echter binnengaat in het gebed, dringt hij door in het vormeloze licht, dat de plaats van God is. (Evagrius Pontus, 'Supplementaire Centuries'. Geciteerd in: I. Hausherr, Les Leçons d'un contemplatif. Le Traité de l'Oraison d'Evagre le Pontique. Paris, 1960, p. 93) De geest kan in zichzelf de plaats van God niet zien, tenzij hij zich verheft boven alle concepten van de dingen, zich door de deugden ontdoet van de hartstochten, zich van het denken ontdoet door de geestelijke beschouwing en zich van de geestelijke beschouwing ontdoet als hem tijdens het gebed het licht van de heilige Drieëenheid verschijnt. (A.w., p. 173) terug naar de Inhoud 3. Pseudo-Macarius De vijftig preken en één brief die onder de naam van Macarius van Egypte zijn overgeleverd, zijn geschreven door een Syrische monnik in de tweede helft van de vierde eeuw. Die tijd en streek was sterk messalianistisch, wat wil zeggen dat in de geloofsbeleving de nadruk werd gelegd op persoonlijke vroomheid, op innerlijke rust en altijddurend gebed, met voorbijgaan aan de sacramenten en andere kerkelijke instellingen. Bij Pseudo-Macarius zijn sporen van een gematigd messalianisme te vinden. Daar staat zijn orthodoxe nadruk op de persoon en de werking van de heilige Geest tegenover. De toeschrijving aan Macarius, een populaire en zeer gerespecteerde monnikenvader, diende om deze preken in een onverdacht licht te plaatsen. Pseudo-Macarius boog de Platoonse en verstandelijke oriëntatie van Evagrius om naar een affectieve gerichtheid op Christus. Het voornaamste gebedsorgaan is bij hem niet de geest, maar het hart, waardoor hij het mogelijk maakte het lichaam op positieve wijze te integreren in de traditie van het hesychasme . De profeet zag het mysterie van de menselijke ziel die haar Heer zou ontvangen en de troon van zijn glorie worden (Ez. 1). Want de ziel die waardig is gekeurd deel te hebben aan het licht van de heilige Geest door zijn troon en woning te worden en die bedekt is met de schoonheid van onuitsprekelijke glorie van de Geest, wordt geheel licht, geheel gezicht, geheel oog. Er is geen deel van de ziel dat niet vol is van de geestelijke ogen van licht. Dat wil zeggen dat er geen deel van de ziel is dat bedekt is met duisternis. Zij is geheel bedekt met geestelijke ogen van licht. Want de ziel heeft geen onvolmaakt deel. In elk deel kijkt zij aan alle kanten vooruit en is zij bedekt met de schoonheid van de onuitsprekelijke glorie van het licht van Christus, die de ziel bestijgt en haar berijdt. Dit is gelijk aan de zon, die overal hetzelfde is, zonder een onvolmaakt deel, die geheel licht is, dat helder schijnt. In al zijn delen is hij helemaal licht. Of het is gelijk aan vuur, dat net als het licht overal hetzelfde is, zonder in zichzelf een deel te hebben dat vóór is of achter, groter of kleiner. Zo is de ziel geheel verlicht met de onuitsprekelijke schoonheid van de glorie van het licht van het aangezicht van Christus en is zij volkomen gemaakt tot een deelgenoot van de heilige Geest. Zij is begunstigd om de verblijfplaats en de troon van God te zijn, geheel oog, geheel licht, geheel gezicht, geheel glorie en geheel geest, zo gemaakt door Christus, die de ziel berijdt, leidt, draagt en ondersteunt en haar tooit en siert met zijn geestelijke schoonheid. (...) Dat de zielen van de rechtvaardigen hemels licht worden, heeft de Heer zelf gezegd tot zijn apostelen: 'Jullie zijn het licht van de wereld' (Mt. 5,14). Want hijzelf, die hen eerst omgevormd heeft in licht, heeft hen opgedragen en bevolen om licht voor de wereld te zijn. Hij zei: 'Niemand steekt een lamp aan om die onder de korenmaat te zetten; zij plaatsen hem op de standaard, waar hij schijnt voor iedereen in het huis. Op dezelfde wijze moet jullie licht schijnen in het zicht van de mensen' (Mt. 5,15-16). Dat wil zeggen, verberg de gave niet die jullie van mij hebben ontvangen, maar geef haar aan al wie het wenst. (...) Daarom, als jullie een troon voor God zijn geworden en als de Hemelse Berijder jullie bestegen heeft en heel jullie ziel een geestelijk oog en helemaal licht is geworden, en als jullie gevoed zijn met dat hemelse voedsel van de Geest en gedronken hebben van het water des levens en het gewaad van onuitsprekelijk licht hebben aangetrokken, als tenslotte jullie innerlijke mens dit alles ervaren heeft en geworteld is in de overvloed van geloof, dan zie, jullie leven inderdaad al het eeuwige leven, jullie ziel rustend met de Heer. (Pseudo-Macarius, 'The Fifty Spiritual Homilies'. Mahwah, 1992, 1.2.4.12 (pp. 37v en 44)) Als iemand God liefheeft, deelt ook God zijn liefde met hem. Zodra iemand in Hem gelooft, schenkt God hem een hemels geloof, waardoor hij tweevoudig wordt. Als jij God een deel van jezelf aanbiedt, welk deel dan ook, deelt Hij met jouw ziel vergelijkbare aspecten van zijn eigen wezen, zodat je al wat je doet zuiver en oprecht kunt doen en zuiver en oprecht kunt beminnen en bidden. Want zo groot is de waardigheid van de mens. (A.w., 15.22 (p. 116)) Zij die waardig gekeurd zijn kinderen van God te worden en herboren te worden uit de heilige Geest van boven, die Christus in zich hebben, die hen verlicht en rust brengt, worden op vele en verscheidene wijzen geleid door de Geest. In geestelijke rust worden zij door de genade onzichtbaar gestuurd in hun hart. Laten we als voorbeelden evidente dingen uit de wereld nemen, van mensen, om aan te geven op welke wijze genade in de ziel werkt. Soms worden mensen door genade geleid op de wijze van hen die zich verheugen bij een koninklijke maaltijd. Zij zijn vervuld van vreugde en onuitsprekelijk geluk. Op een ander moment zijn zij als de echtgenote die geniet van de huwelijksvereniging met haar bruidegom in een goddelijk rusten. Op een ander moment zijn zij als onlichamelijke engelen, zo licht en doorschijnend zijn zij, zelfs in het lichaam. Soms zijn zij als waren zij bedwelmd door een sterke drank. Zij verblijden zich in de Geest, dronken van de bedwelming van de goddelijke en geestelijke geheimen. Soms zijn zij ondergedompeld in wenen en treuren over het menselijk ras en in het uitstorten van gebeden voor heel het ras van Adam. Zij vergieten tranen en zijn door verdriet overweldigd omdat zij verteerd zijn door de liefde van de Geest voor de mensheid. Op een ander moment zijn zij met zo'n vreugde en liefde ontvlamd door de Geest, dat zij, als het mogelijk zou zijn, alle menselijke wezens in hun hart zouden willen bijeenbrengen, zonder onderscheid te maken tussen slecht en goed. Of zij zijn zo gevuld met nederigheid dat zij, in de nederigheid die zij van de Geest ontvangen, zichzelf als onder alle mensen zien en zichzelf beschouwen als de meest onaanzienlijke en waardeloze van alle mensen. Soms zijn zij opgetild in een onuitsprekelijke vreugde. Op een ander moment zijn zij als een sterke, die heel de wapenrusting van de koning heeft aangetrokken en af is gedaald om te strijden tegen zijn vijanden. Hij strijdt dapper tegen hen en overwint. Zo neemt de geestelijke mens de hemelse wapenen van de Geest op en valt de vijanden aan, levert strijd met hen en onderwerpt hen. Op een ander moment, in de diepste stilte en kalmte, rust men met geen andere houding dan een geestelijk genoegen en onuitsprekelijke rust en welbevinden. Op een ander moment wordt men door genade onderricht in begrip en onuitsprekelijke wijsheid en kennis van de onkenbare Geest in dingen die niet door tong en taal kunnen worden uitgedrukt. Op een ander moment wordt men één met alle mensen. Zo verscheiden zijn de wijzen waarop genade zulke mensen aanraakt en de ziel leidt op zo veel verschillende paden en haar verfrist overeenkomstig de wil van God. Op diverse wijzen handelt genade aan de ziel om haar volmaakt, foutloos en zuiver terug te brengen naar de hemelse Vader. De dingen betreffende de werkingen van de Geest waarover hier gesproken is, behoren tot het niveau van hen die niet ver van de volmaaktheid zijn. Dergelijke manifestaties van genade waarover we spraken, uiten zich op verschillende wijze. Zij handelen aan mensen die voortgaan, de ene handeling volgend op de andere. Als een persoon uiteindelijk de volmaaktheid van de Geest bereikt, volledig gereinigd is van de hartstochten en in een onuitsprekelijke gemeenschap verenigd met en doordrongen van de Trooster Geest en waardig gevonden is om geest te worden in een wederzijds doordringen met de Geest, dan wordt zij geheel licht, geheel oog, geheel geest, geheel blijdschap, geheel rust, geheel vreugde, geheel liefde, geheel mededogen, geheel goedheid en vriendelijkheid. Zoals een steen op de bodem van de zee overal omgeven is door water, zo zijn dergelijke mensen geheel doordrongen van de Geest. Doordat zij de deugden van de kracht van de Geest met standvastigheid aantrekken, worden zij gelijk aan Christus. Innerlijk worden zij foutloos en smetteloos en zuiver. (A.w., 18.7-10 (pp. 144v.)) Zoals vele lichten en brandende lampen worden aangestoken vanuit het vuur, maar lichten en schijnen vanuit één natuur, zo worden christenen aangestoken en schijnen zij vanuit één natuur, het goddelijke vuur, de Zoon van God. Zij hebben hun lampen brandend in hun hart en zij schijnen voor Hem terwijl zij leven op aarde, precies zoals Hij deed. Want er is gezegd: 'Daarom heeft God u gezalfd met de olie van vreugde' (Psalm 45,7). Daarom werd Hij Christus genoemd, dat wil zeggen Gezalfde, opdat ook wij, gezalfd met dezelfde olie waarmee hij gezalfd was, Christussen mogen worden, om zo te zeggen, uit dezelfde substantie en één lichaam. Ook is gezegd: 'Zowel Hij die heiligt, als zij die geheiligd worden, zijn allen uit één' (Hebr. 2,11). Daarom zijn christenen in zekere zin gelijk aan lampen met olie erin, dat zijn al de vruchten van rechtvaardiging. Maar als de lamp niet is aangestoken uit de lamp van de Godheid in hen, zijn zij niets. (A.w., 43.1-2 (p. 219)) God wenste gemeenschap te hebben met de menselijke ziel en huwde haar met Zichzelf als de echtgenote van de Koning en Hij zuiverde haar van vuil. Door haar te wassen maakt Hij haar helder in plaats van zwart en beschaamd en geeft Hij leven in plaats van dood. Hij geneest haar gebrokenheid, brengt haar vrede en verzoent haar vijandigheid. Want alhoewel zij een schepsel is, is zij gehuwd als bruid van de Zoon van de Koning. Door zijn eigen kracht ontvangt God de ziel, door haar beetje bij beetje te veranderen, tot Hij haar ruimer gemaakt heeft door zijn eigen toename. Want Hij strekt de ziel en leidt haar tot een oneindige en onmetelijke toename, totdat zij de bruid wordt, smetteloos en Hem waardig. Eerst verwekt en brengt Hij de ziel voort in Zichzelf en maakt haar ruimer door Zichzelf, tot zij de volmaakte maat van zijn liefde bereikt. Want als een volmaakte Bruidegom neemt Hij haar als een volmaakte bruid in de heilige mystieke smetteloze eenheid van het huwelijk. En daar heerst zij met Hem in eindeloze tijden. Amen. (A.w., 47.17 (p. 238)) Gewond door liefde voor Christus sterft zo'n ziel aan elk ander verlangen om - ik spreek vrijmoedig - die allermooiste geestelijke en mystieke gemeenschap met Christus te bezitten, overeenkomstig de onsterfelijkheid van vergoddelijkende gemeenschap. Waarlijk, wanneer zo'n ziel overwonnen is door geestelijke hartstocht en waardig gehuwd is met God het Woord, is zij gezegend en gelukkig. Laat haar zeggen: 'Mijn ziel zal zich verheugen in de Heer, die mij gekleed heeft in de kleden van redding en mij omhuld heeft met de mantel van gerechtigheid, zoals een bruidegom zijn kroon draagt, zoals een bruid getooid met haar juwelen' (Jes. 61,10). Want omdat de Koning van Glorie haar schoonheid begeerde, heeft Hij zich gewaardigd haar aan te zien, niet alleen als de tempel van God, maar ook als de dochter van de koning en als de koningin. Inderdaad is zij de tempel van God, want zij wordt bewoond door de heilige Geest. Ook is zij de dochter van de koning, want zij is geadopteerd door de Vader van lichten. Ook is zij koningin, want zij is begiftigd met de goddelijkheid van de glorie van de Eengeboren Zoon. (Pseudo-Macarius, 'The Great Letter'. In: A.w., p. 257) terug naar de Inhoud 4. Augustinus In zijn jonge jaren was Augustinus (354-430) een volgeling van de gnostische, sterk dualistische manicheeërs. Hij raakte echter teleurgesteld in hun leer omdat zij geen bevredigend antwoord op zijn vele levensvragen konden geven. Onder invloed van zijn vrome moeder en de overtuigende preken van bisschop Ambrosius van Milaan bekeerde hij zich tot het christendom. Met enkele gelijkgezinde vrienden trok hij zich terug op een landgoed, waar zij een kloosterlijk leven leidden. Tegen zijn zin werd hij echter geroepen om priester en later bisschop te worden, taken die hij met volledige toewijding vervuld heeft. In enkele persoonlijke geschriften, een novum voor die tijd, deed hij verslag van zijn zoeken naar God, van de antwoorden die hij vernomen had en van wat hij geschouwd had. Zijn vertrouwdheid met Plotinus klinkt erin door, met name waar hij spreekt over de trapsgewijze opklimming. Uit sommige passages blijkt dat Augustinus korte, voorbijgaande momenten van een-zijn met God heeft ervaren, die hij verwoordde in een mengeling van neo-platoonse en bijbels-christelijke begrippen. Volgens Augustinus wordt het schouwen door trapsgewijze opklimming overtroffen door de nederigheid en de liefde van het geloof. De liefde maakt aan God gelijk en maakt één met Hem. Maar hier op aarde blijft ons schouwen en ons zien van God onvolkomen, als in een spiegel. Augustinus heeft een enorme invloed op de mystieke auteurs na hem gehad en wordt wel de vader van de christelijke mystiek genoemd . Door die boeken (van Plotinus en Porphyrius) aangespoord om terug te keren tot mijzelf trad ik mijn diepste binnenste in, door u geleid: ik was daartoe in staat, omdat gij mijn helper zijt geworden. Ik trad er binnen en met het oog, hoe zwak ook, van mijn ziel zag ik, boven dat eigen oog van mijn ziel, boven mijn geest, een onveranderlijk licht, niet dit alledaagse, voor alle vlees zichtbare licht, en evenmin een licht dat om zo te zeggen van dezelfde aard, maar dan veel groter was, alsof dit aardse licht veel en veel helderder was gaan stralen en alles met zijn grootte in beslag nam; zo was dat licht niet, maar het was iets anders, iets heel anders dan alle dingen van hier. En 'boven' mijn geest bevond het zich ook niet op de manier van olie die bovenop water drijft en evenmin op de manier waarop de hemel zich boven de aarde bevindt, maar dat licht was hoger, omdat het mij gemaakt had, en ik er beneden, omdat ik door dat licht gemaakt was. Wie de waarheid kent, kent dat licht, en wie dat licht kent, kent de eeuwigheid. De liefde kent het. O eeuwige waarheid en ware liefde en geliefde eeuwigheid: dat zijt gij, mijn God, en tot u verzucht ik dag en nacht! En mét dat ik u leerde kennen, hebt gij mij tot u genomen om mij te laten zien dat er iets was te zien en dat ik nog niet de man was om het te zien. En met blindheid hebt gij mijn zwakke ogen geslagen door fel op mij te stralen, en ik ben gaan beven van liefde en van ontzetting; en ik ontdekte, dat ik ver van u verwijderd was in een land van ongelijkenis, en het was alsof ik daar uw stem uit den hoge hoorde klinken: 'Ik ben de spijs van de groten: groei en gij zult mij eten. En gij zult niet mij doen veranderen in u, gelijk het voedsel van uw vlees, maar gij zult in mij veranderen.' (Aurelis Augustinus, 'Belijdenissen' 7,10,16. Utrecht, z.j.) Maar wat heb ik nu lief, wanneer ik u liefheb? Geen schoonheid van een lichaam, geen luister van de tijd, geen lichtglans die mijn aardse ogen lief is, geen heerlijke melodieën van gevarieerd gezang, geen aangename geur van bloemen, reukwerken en specerijen, geen manna en geen honing, geen ledematen die welgevallig zijn aan de omhelzingen van het vlees: deze dingen zijn het niet die ik liefheb, wanneer ik mijn God liefheb. En niettemin heb ik zo iets als een licht lief, zo iets als een stemgeluid, zo iets als een geur, zo iets als een spijs en zo iets als een omhelzing, wanneer ik mijn God liefheb, die licht is en stemgeluid en geur en spijs en omhelzing van mijn innerlijke mens, daar waar voor mijn ziel die lichtglans fonkelt, die door geen plaats bevat wordt, daar waar die klank weerklinkt, die door geen tijd wordt weggerukt, daar waar die geur hangt, die door geen wind verstrooid wordt, daar waar die smaak bestaat, die door geen gretig eten word sxgpubxr. hublot grande potenza re del bangt verminderd, daar waar die omhelzing wordt gegeven, die door geen verzadiging losraakt. Dat is het wat ik liefheb, wanneer ik mijn God liefheb. (A.w., 10,6,8) Laat heb ik u liefgekregen, o schoonheid, zo oud en zo nieuw, laat heb ik u liefgekregen! En gij waart binnen en ik was buiten, en daar zocht ik u, en ik rende, wanstaltig als ik was, op de schone dingen af die door u gemaakt zijn. Gij waart bij mij en ik niet bij u. Ik werd ver van u gehouden door dingen die niet bestaan zouden hebben, als ze niet in u bestaan hadden. Geroepen hebt gij, geschreeuwd en mijn doofheid doorbroken; gestraald hebt gij, geschitterd en mijn blindheid verjaagd; gegeurd hebt gij en ik heb ingeademd en snak nu naar u; geproefd heb ik en nu honger en dorst ik; aangeraakt hebt gij mij en ik ben ontvlamd naar uw vrede. (A.w., 10,27,38) Gemakkelijk werp ik mij helemaal in de liefde van mijn meest vertrouwde vrienden, en zonder zorgen rust ik in hun liefde, vooral wanneer ik moe ben van de ergernis van deze wereld. Want ik voel dat God daar is, en in Hem werp ik mij veilig en rust ik veilig. In die zekerheid van de liefde vrees ik ook niet het onzekere van morgen, het onzekere van de menselijke broosheid, waarover ik vroeger veel geklaagd heb. Wanneer ik ervaar dat iemand bezield is met een echt christelijke liefde, en daardoor voor mij een trouwe vriend geworden is, dan vertrouw ik mijn gevoelens en gedachten niet toe aan een mens, maar aan God. Want zo'n mens verblijft in God en is trouw door God. God is immers liefde, en 'wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem' (1 Jh. 4,16). (Augustinus, Brief 73,3,10, in: 'Veel te laat heb ik jou liefgekregen', p. 161) terug naar de Inhoud 5. Pseudo-Dionysius Rond het begin van onze jaartelling had Philo, een jood uit het griekstalige Alexandrië, in enkele korte passages Gods onkenbaarheid en het tekortschieten van de menselijke kenvermogens voor het kennen van God benoemd . (Mozes ging binnen) in de duisternis waar God was, dat wil zeggen in de ongeziene, onzichtbare, niet lichamelijke en archetypische essentie van de bestaande dingen. Zo zag hij wat verborgen is voor het oog van de menselijke natuur en voor allen zichtbaar plaatste hij in zichzelf en in zijn leven voor ons een goed gemaakt beeld, een mooi en godgelijk werk, een model voor wie bereid zijn het na te volgen. (Philo, Moses; Cambridge, Massachusetts, 1966, I 158 (p. 359)) De geest die volkomen gereinigd is en die verzaakt aan alle geschapen dingen, is slechts met Eén vertrouwd en kent slechts Eén, de Ongeschapene, tot wie hij genaderd is, door wie hij ook genomen is tot Hemzelf. Want wie heeft de vrijheid om te zeggen 'God zelf is één voor mij,' dan hij die dat wat na Hem komt niet najaagt? (Philo, 'Noah's Work as a Planter'; Cambridge, Massachusetts, 1968, par. 64 (p. 245)) Philo was een belangrijke auteur voor Gregorius, bisschop van Nyssa (ca. 335-394). Terwijl zijn broer Basilius en hun vriend Gregorius van Nazianze de leer over Drieëenheid vormgaven, legde hij zich toe op de beschouwing. Hij wordt wel de eerste mystieke auteur van het christendom genoemd. In zijn Leven van Mozes spiegelde hij het leven van de christenen aan dat van Mozes en legde hij de grondslag voor de negatieve theologie, die leert dat God al wat kenbaar is overstijgt. De duisternis gaat het licht te boven. Het kennen benadert Hem het meest door zich te realiseren dat God alle begrippen te boven gaat en dus voor het verstand onkenbaar blijft. Pas wanneer de mens alle begrippen achter zich laat, wordt hij enkelvoudig en kan hij met God verenigd worden . Wat betekent het dat Mozes de duisternis in ging en dat hij daarin God zag? In zeker opzicht lijkt deze tekst in tegenstelling met de eerste theofanie. Toen verscheen God in het licht, nu in de duisternis. Laten we niet denken dat dit in tegenspraak is met het normale verloop van de geestelijke werkelijkheden die we beschouwen. De tekst leert ons hierdoor dat de religieuze kennis eerst licht is als zij begint te verschijnen. Zij staat tegenover de goddeloosheid, die duisternis is. De duisternis lost op voor wie in het licht is. Maar hoe meer de geest voortgaat en door een steeds groter en volmaakter toewijding komt tot het begrijpen van wat de kennis van de werkelijkheden is, en meer en meer de beschouwing nadert, hoe meer hij ziet dat de goddelijk natuur onzichtbaar is. Hij heeft alle verschijnselen achter zich gelaten, niet alleen die door de zintuigen worden waargenomen, maar ook wat het verstand meent te zien, en gaat steeds verder naar binnen, tot hij door de inspanning van de geest doordringt tot het Onzichtbare en het Onkenbare. Daar ziet hij God. De ware kennis van Hem die hij zoekt en het ware zien bestaat eruit te zien dat Hij onzichtbaar is, want Degene die hij zoekt overstijgt alle kennis en is aan alle kanten afgescheiden door zijn onbegrijpelijkheid als door een duisternis. (Grégoire de Nysse, 'La Vie de Moïse', pp. 162-165) De naam die gewoonlijk verbonden wordt met de negatieve theologie is Pseudo-Dionysius. Deze auteur, die geïdentificeerd werd met de Griekse filosoof die zich bekeerde onder invloed van de prediking van de apostel Paulus (Hand. 17,34), was waarschijnlijk een Syrische bisschop aan het eind van de vijfde of het begin van de zesde eeuw. Om de leer van zijn neo-platoonse voorbeelden Plotinus en Proclus te verenigen met het christendom, stelde Pseudo-Dionysius dat het zijn alleen van God afkomstig is, en dus niet van allerlei tussenwezens, die gemakkelijk tot afgoden zouden kunnen worden, en beschouwde hij de vele bijbelse namen van God als aanduidingen van zijn eigenschappen, die gekend worden in de dingen die uit Hem voortkomen. (Naar A. Louth, 'Denys the Areopagite'. Wilton, 1989, p. 89) Zo blijft het mogelijk iets over God te zeggen. Alhoewel uit zijn geschriften niet duidelijk wordt of het speculatieve traktaten zijn of de beschrijving van doorleefde ervaring, heeft Pseudo-Dionysius veel invloed gehad op de theologie en mystiek na hem . Als je streeft naar het zien van de mysterieuze dingen, laat dan al wat je waarneemt en begrijpt achter je, al het waarneembare en begrijpelijke, al wat niet is en wat is. En als je je begrip terzijde hebt gelegd, streef dan naar omhoog zo veel als je kunt, naar vereniging met Hem die voorbij alle zijn en kennis is. Door een onverdeeld en volkomen opgeven en afstand doen van jezelf en van alles, zul je, van alles bevrijd, opgeheven worden tot de straal van de goddelijke duisternis die is boven al wat is. (Pseudo-Dionysius, 'The Mystical Theology' 1,1. In: The Complete Works. New York/Mahwah, 1987, p. 135) Het is niet zonder reden dat Mozes eerst bevolen werd zichzelf te reinigen en daarop zich te verwijderen van hen die niet gereinigd zijn. Als de reiniging voltooid is, hoort hij meerstemmige trompetten. Hij ziet de vele zuivere lichten met hun overvloedige stralen. Terwijl hij, vergezeld van uitgekozen priesters, van de menigte afgezonderd is, gaat hij voort tot de top van de goddelijke bestijgingen. Toch ontmoet hij niet God zelf. Hij beschouwt niet Hem die onzichtbaar is, maar veeleer de plaats waar Hij verblijft. Ik veronderstel dat dit betekent dat de heiligste en hoogste dingen die het oog van het lichaam of van het verstand waarneemt slechts de veronderstellingen zijn die uitgaan van al wat onder de Transcendente Ene ligt. Door hen wordt zijn onvoorstelbare aanwezigheid getoond, wanneer wij de hoogten van die heilige plaatsen bewandelen die het verstand nog kan beklimmen. Mozes echter bevrijdt zich van hen, weg van wat ziet en gezien wordt, en dringt door in de waarlijk mystieke duisternis van niet-kennen. Verzakend aan al wat het verstand kan vatten, geheel gehuld in het ontastbare en het onzichtbare, behoort hij geheel aan Hem toe die voorbij alles is. Omdat hij noch zichzelf, noch iemand anders is, is hij hier ten hoogste verenigd met het volkomen onkenbare door een inactiviteit van alle kennis, en kent hij op een wijze die het verstand te boven gaat door niets te kennen. (A.w. 1,3 (pp. 137v.)) Wanneer wij hoger opklimmen, zeggen wij dat (de Oorzaak van alles) niet ziel of verstand is, dat Hij geen verbeelding, overtuiging, spraak of begrip bezit. Ook is Hij niet de spraak of het begrip zelf. Het is onmogelijk over Hem te spreken. Door het begrip kan Hij niet worden gevat. Hij is geen getal of ordening, grootheid of kleinheid, gelijkheid of ongelijkheid, gelijkenis of geen gelijkenis. Hij is niet onbeweeglijk, bewegend of in rust. Hij heeft geen macht, is geen macht en ook geen licht. Hij leeft niet en is ook niet het leven zelf. Hij is geen substantie, noch is Hij eeuwigheid of tijd. Hij kan niet worden gevat door het begrip, want Hij is kennis noch waarheid. Hij is niet koningschap. Hij is niet wijsheid. Hij is niet één noch eenheid, godheid noch goedheid. Ook is Hij geen geest in de gebruikelijke zin van dat woord. Hij is niet zoonschap of vaderschap. Hij is niet iets wat door ons of door enig ander wezen gekend wordt. Hij valt niet onder de predikaten van niet-zijn of zijn. Bestaande wezens kennen Hem niet zoals hij werkelijk is en Hij kent hen niet zoals zij zijn. Over Hem wordt niet gesproken, er is geen naam voor Hem noch kennis van Hem. Duisternis en licht, dwaling en waarheid, Hij is het niet. Hij is voorbij bevestiging en ontkenning. Wij bevestigen en ontkennen wat na Hem komt, maar nooit Hemzelf, want Hij is voorbij elke bevestiging, omdat Hij de volkomen en ene oorzaak is van alle dingen. Door zijn volkomen verheven enkelvoudige en absolute natuur, vrij van elke begrenzing, voorbij elke begrenzing, is Hij ook voorbij elke ontkenning. (A.w., 5; p. 141) Wij kunnen God niet kennen in zijn natuur, want die is onkenbaar en voorbij alle rede en verstand. Wij kennen Hem door de ordening van alles, omdat alles in zekere zin van Hem uitgaat en omdat deze ordening beelden en gelijkenissen bevat van de goddelijke modellen. Voor zover wij dat kunnen benaderen wij daarom door het ontkennen en overstijgen van alle dingen en door de oorzaak van alle dingen, dat wat voorbij alles is. God wordt daarom gekend in alle dingen en als onderscheiden van alle dingen. Hij wordt gekend door kennis en door niet-kennis. Hij is het object van denken, redeneren, begrip, aanraking, perceptie, mening, verbeelding, benaming en vele andere dingen. Anderzijds kan Hij niet worden begrepen. Woorden bevatten Hem niet en geen naam kan Hem vatten. Hij is geen van de dingen die zijn en Hij kan door middel van geen van de dingen die zijn gekend worden. Hij is alles in alles en Hij is niets in niets. Hij is door alles gekend in alles en door niets gekend in niets. Deze dingen kunnen we met recht over God zeggen, want Hij wordt door alle dingen geprezen overeenkomstig hun deel aan Hem als hun Oorzaak. Maar nogmaals, de meest goddelijke kennis van God, die komt door middel van niet-kennen, wordt bereikt in een eenheid ver voorbij het verstand, wanneer het verstand zich afkeert van alle dingen, zelfs van zichzelf, en wanneer het één gemaakt is met de verblindende stralen. Dan wordt het daar verlicht door de ondoorgrondelijke diepte van Wijsheid. (A.w., 7,3; pp. 108v.) De naam 'Eén' betekent dat God alleen alle dingen is door de transcendentie van één eenheid, en dat Hij de oorzaak is van alles zonder die eenheid ooit te verlaten. In heel de wereld is er niets dat geen deel heeft aan de Eén. Zoals elk getal deelt in de eenheid - want we verwijzen naar een paar, een dozijn, een half, een derde, een tiende - zo heeft alles, zelfs elk deel van alles, deel aan de Eén. Door de Eén te zijn, is Hij alle dingen. De Ene oorzaak van alle dingen is niet een van de vele dingen in de wereld, maar gaat zelfs aan eenheid en veelheid vooraf. Hij definieert eenheid en veelheid. Want veelheid kan niet bestaan zonder enige participatie in de Eén. Dat wat veel is in zijn delen, is één in zijn geheel. Dat wat veel is in zijn eigenschappen, is één in zijn subject. Dat wat veel is in getal of capaciteiten, is één in zijn soort. Dat wat talrijk is in soorten, is één in geslacht. Dat wat talrijk is in zijn uitstromingen, is één in zijn bron. Want er is in het geheel niets dat geen deel heeft aan dat Ene dat in zijn alles alomvattende eenheid enkelvoudig alles bevat, op voorhand, zelfs tegenstellingen. Zonder de Eén is er geen veelheid, maar de Eén kan er nog steeds zijn wanneer er geen veelvoud is, precies zoals één alle vermenigvuldigde getallen voorgaat. Als we daarom alle dingen beschouwen als verenigd in alle dingen, moeten we aannemen dat de totaliteit van de dingen één is. Er is nog iets anders, waar we ook aan moeten denken. Als van de dingen gezegd wordt dat zij verenigd zijn, dan is dit in overeenstemming met hun eigen eeuwige vorm. Op deze wijze kan de Eén het onderliggende element van alle dingen genoemd worden. En als je de Eén wegneemt, zal noch het geheel noch een deel noch iets anders in de schepping overleven. De werkelijkheid is dat alle dingen vooraf zijn vervat in en omarmd door de Eén in diens capaciteit van inherente eenheid. Daarom beschrijft de Schrift heel de goddelijke ordening, de Oorzaak van alles, als de Eén. 'Er is één God de Vader en één Heer Jezus Christus' (1 Kor. 8,6), en 'één en dezelfde Geest' (1 Kor. 12,11). Dit is zo in de overweldigende ondeelbaarheid van die eenheid van God waarin alle dingen samengebonden zijn als één in het bezit van een overstijgende eenheid en in het overstijgen van hun voorbestaan. Zo zijn alle dingen op de juiste wijze toegeschreven aan God, want het is door Hem en in Hem en voor Hem dat alle dingen bestaan, onderling geordend zijn, blijven, samen gehouden worden, voltooid worden en terugkeren. In heel de wereld zul je niets vinden dat niet in de Eén is, waarmee de transcendente Godheid wordt aangeduid. Alles is zijn individuele bestaan verschuldigd aan de Eén, evenals het proces waardoor het voltooid en bewaard wordt. Als gevolg van deze kracht van Gods eenheid moeten we terugkeren van het vele tot de Eén en moet onze ene lofzang zijn voor de ene, complete Godheid, die de ene oorzaak is van alle dingen en die bestaat vóór alle eenheid temidden van veelheid, vóór elk deel en geheel, vóór het bepaalde en het onbepaalde, vóór het beperkte en het onbeperkte. Hij definieert alle dingen die er geweest zijn. Hij definieert het zijn zelf. Hij is de oorzaak van de dingen en van de som van de dingen. Hij is tegelijkertijd met hen, vóór hen en voorbij hen. Hij is voorbij de één zelf, hij definieert deze één. Eenheid onder schepselen is een getalsmatige eenheid. Getallen hebben hun eigen deel aan het zijn. Maar de overstijgende eenheid definieert de één zelf en elk getal. Want Hij is de bron, de oorzaak, het getal en de ordening van de één, van getal en van al wat is. En het feit dat de transcendente Godheid één en drie-één is, moet niet begrepen worden op gewone wijze. Nee. Er is de transcendente eenheid van God en de vruchtbaarheid van God. Als we ons voorbereiden om deze waarheid te bezingen, gebruiken we de namen Drieëenheid en Eenheid voor dat wat in feite voorbij elke naam is, benoemen wij het transcendente wezen boven elk wezen. Maar geen eenheid of drieëenheid, geen getal of eenheid, geen vruchtbaarheid, niets dat is of gekend is, kan de verborgenheid voorbij alle rede en verstand verkondigen van de transcendente Godheid die elk wezen overstijgt. Er is geen naam en geen uitdrukking voor. Wij kunnen Hem niet volgen in zijn ontoegankelijke verblijfplaats, zo ver boven ons, en we kunnen Hem zelfs niet aanspreken als goedheid. In ons streven om een notie en een taal te vinden die geschikt zijn voor die onuitsprekelijke aard, reserveren we er de naam voor die het meest geëerd is. Hier stem ik uiteraard overeen met de bijbelse schrijvers. Maar de echte waarheid van deze zaken is in feite ver voorbij ons. Daarom wordt zij bij voorkeur aangeduid door middel van ontkenningen, want hierdoor wordt de ziel buiten alles wat overeenkomt met haar eigen eindige aard geplaatst. Zo'n wijze van voortgaan leidt de ziel door alle goddelijke benamingen, benamingen die zelf overstegen worden door dat wat ver voorbij alle namen, alle rede en alle kennis is. Voorbij de uiterste grenzen van de wereld wordt de ziel gebracht tot vereniging met God zelf, in de mate waartoe ieder van ons in staat is. (A.w., 13,2-3; pp. 128-130) terug naar de Inhoud 6. Simeon de Nieuwe Theoloog Simeon (949-1022), die later de bijnaam 'de nieuw theoloog' zou ontvangen - aan Gregorius van Nazianze was al eerder de eretitel 'de theoloog' verleend - groeide op in Byzantium, waar hij een deel van zijn opleiding ontving. Vanaf zijn veertiende onderhield hij regelmatig contact met een monnik die fungeerde als zijn geestelijke vader. Relatief laat, in 977, trad hij zelf in het klooster. Spoedig werd hij overste. Hij probeerde het verstarde en geritualiseerde kloosterleven opnieuw te bezielen, maar moest in 1005 aftreden, waarschijnlijk omdat een groot deel van de monniken zijn enthousiasme en gestrengheid niet op prijs stelden. Hij trok zich terug in de eenzaamheid, waar opnieuw leerlingen zich bij hem aansloten. Zijn geschriften zijn doordrenkt met zijn mystieke ervaring, waarover hij, met name in zijn hymnes, in een heel persoonlijke stijl schrijft . God is licht (1 Jh. 1,5) en hen die Hij omvat, laat Hij, naar de mate waarin zij gereinigd zijn, deelhebben aan zijn eigen helderheid. Dan weet de brandende lamp van de ziel, dat wil zeggen de geest, dat een goddelijk vuur hem heeft aangegrepen en omvat. O wonder! De mens is zowel geestelijk als lichamelijk met God verenigd, want de ziel scheidt zich niet van de geest, noch het lichaam van de ziel, maar in de eenheid van de essentie wordt ook de mens drie zijnswijzen, [Noot: Geest, ziel en lichaam worden hier als een beeld gebruikt voor de goddelijke Drieëenheid.] door genade, en wordt hij één enkele god, met zijn lichaam, zijn ziel en de goddelijke Geest waaraan hij deelheeft. (Simeon de Nieuwe Theoloog, 'Categese'. Sources Chrétiennes 104, Paris 1964; 15,68-78 (pp. 228v.)) Wie blind is voor de Eén, is volkomen blind voor alles, maar wie ziet in de Eén, bevindt zich in de beschouwing van alles. Hij onthoudt zich van de beschouwing van alles en tegelijkertijd gaat hij binnen in de beschouwing van alles en bevindt hij zich buiten hetgeen hij beschouwt. Omdat hij in de Eén is, ziet hij alles; omdat hij alles is, ziet hij van het alles niets. Wie ziet in de Eén, neemt door de Eén alles waar, zichzelf, de mensen en de dingen, en in Hem verborgen, ziet hij van het alles niets. (Siméon le Nouveau Théologien, 'Chapitres theólogiques gnostiques pratiques'. Sources Chrétiennes 51 bis, Paris 1957; I 51-52 (p. 69)) Als de geest enkelvoudig is, of, beter gezegd, naakt van elke gedachte en geheel bekleed met het enkelvoudige licht van God en daarin verborgen, kan hij geen ander object vinden om de inspanning van zijn begrip op te richten dan Hij waarin hij bevestigd is. Hij blijft dus in de afgrond van het goddelijk licht, dat hem niet toestaat iets waar te nemen buiten dat licht. Dit is de betekenis van 'God is licht' (1 Jh. 1,5) en het allerhoogste licht. Voor hen die dit bereikt hebben, komt alle onderscheiden waarneming van de dingen tot rust. De altijd beweeglijke geest wordt onbeweeglijk en volkomen leeg van gedachten als hij geheel bedekt is door de goddelijke duisternis en door het goddelijk licht. Hij is geheel in de beschouwing, de waarneming en het genot van de goede dingen waarin hij bevestigd is. De diepte van de wateren van de zee is niet een exact beeld voor de diepte van de heilige Geest: Hij is het levend water van het eeuwige leven (Jh. 4,10). Alles van dat leven is onkenbaar, onverklaarbaar en ongrijpbaar. Nadat de geest alle zichtbare en begrijpelijke dingen overstegen heeft, vestigt hij zich daar en beweegt zich en wendt zich zonder enige beweging in zijn enige objecten. Hij leeft in een leven boven het leven, licht in het licht, maar niet licht voor zichzelf; want hij ziet zichzelf dan niet, maar Hem die boven hem is, en zoals de glorie van daarboven zijn denken transformeert, negeert hij zichzelf geheel en al. Wie alle maten van volmaaktheid bereikt heeft, is gestorven zonder gestorven te zijn, want hij leeft in God, met wie hij verenigd is. Hij leeft niet meer voor zichzelf. Hij is blind, want hij ziet niet meer met zijn lichamelijke ogen. Hij is elk natuurlijk zien ontstegen, want hij heeft nieuwe ogen verworven, die boven alle vergelijking beter zijn dan de natuurlijke ogen en hij ziet boven het natuurlijke. Hij is zonder activiteit en zonder beweging, want in hem is elke behoefte om te handelen bevredigd. Hij heeft geen gedachten meer, want hij is gekomen tot vereniging met Hem die boven alle gedachten is en hij rust daar waar geen activiteit van de geest meer is, geen beweging voor het denken, het redeneren en het gebruik van begrippen. Hij is niet in staat het ondenkbare en het onbevattelijke te begrijpen of te definiëren. Hij is op dat moment in een staat van rust. Die rust is de onbeweeglijkheid van het gelukzalige niet-waarnemen, in de zekere waarneming van de onuitsprekelijke goede dingen, waar hij zich zonder enige inspanning verheugt. (A.w., II 17-19 (pp. 75-77)) Wanneer iemand zonder bedekking de onzichtbare God schouwt, ziet hij een licht. Hij verbaast zich erover dat hij ziet. Hij weet niet onmiddellijk wie hem verschenen is, maar durft het hem niet te vragen. Hoe zou hij dat kunnen, want hij kan zelfs zijn ogen niet naar hem opslaan om te zien hoe groot Hij is. Als aan zijn voeten gezeten beperkt hij zich ertoe te kijken, met grote vrees en bevend, wetend dat het iemand is die hem verschenen is. Als degene die eerder God gekend heeft en hem dit vooraf verklaard heeft in de buurt is, gaat hij naar hem toe en zegt hem: 'Ik heb gezien.' Hij antwoordt hem: 'Wat heb je gezien, mijn zoon?' - 'Een licht, vader, lieflijk, lieflijk, zozeer dat ik niet duidelijk kan zeggen hoezeer.' Terwijl hij zo spreekt, bonkt zijn hart en ontvlamt zich onmiddellijk van verlangen naar hem die hij gezien heeft. Onder tranen spreekt hij verder: 'Dat licht, vader, is mij verschenen. Onmiddellijk is het bouwsel van mijn kluis verdwenen, evenals de wereld. Zij vluchtten, meen ik, voor zijn aanschijn. Ik bleef alleen achter, ik, in gezelschap van het enkelvoudige licht. Ik weet niet, vader, of mijn lichaam er toen ook bij was. Als ik eruit weggegaan ben, dan weet ik dat niet. Op dat moment wist ik niet dat ik bekleed was met een lichaam. Er was in mij een onuitsprekelijke vreugde, die ook nu nog met mij is, een onstuimige liefde en verlangen, zozeer dat stromen van tranen als beken uit mij vloeien, zoals u dat nu op dit moment kunt zien.' Hij antwoordt hem dan: 'Mijn zoon, Hij is het.' Op die woorden ziet hij Hem opnieuw en geleidelijk aan wordt hij geheel gereinigd. Gereinigd krijgt hij vertrouwen en hij ondervraagt Hem die hij ziet en zegt Hem: 'Mijn God, bent U het?' Hij antwoordt hem en zegt: 'Ja, Ik ben het, God, Hij die voor jou mens geworden is. Zie wat Ik je gedaan heb, zoals je ziet, en dat Ik je God zal maken.' (Syméon le Nouveau Théologien, Traités théologiques et éthiques. SC 129, Paris 1967, V 288-316 (pp.101-103)) Stel je een grote oceaan voor en de zee der zeeën en verbeeld je in je geest een afgrond van afgronden. Wanneer je aan de rand staat, aan het strand van die zeeën, dan zou je me met recht kunnen zeggen dat je zeker bent dat je het water ziet, zelfs als je het niet helemaal ziet. Want het geheel, hoe zou je dat kunnen zien, want dat is voor jouw ogen zonder grens en je kunt het niet in je handen houden. Zeker, je ziet al wat je ziet. Maar als iemand je zou vragen: zie je al deze zeeën? In het geheel niet, zou je hem antwoorden. Houd je ze alle in je handpalm? Nee, zou je zeggen, hoe zou ik dat kunnen? En als hij je dan zou vragen: zie je ze helemaal niet? Ja, zeg jij, ik zie en ik bezit een beetje van het water van de zee. Hoe veel of hoe weinig water je ook hebt als je je hand in het water steekt, je houdt alle afgronden gehecht aan je hand, zelfs als je maar een beetje bezit, want zij vormen één geheel. Vergeleken met het geheel, wat bezit jij? Een enkele druppel, zul je zeggen. Maar het geheel, dat heb je niet, ook al houd je het gehecht aan je hand. Welnu, het is op dezelfde manier dat ik je zeg dat ik, terwijl ik bezit, niets bezit, dat ik arm ben en dat ik een rijkdom zie die in mij gelegd is. Terwijl ik verzadigd ben, heb ik honger. Terwijl ik arm ben, ben ik rijk. Terwijl ik drink, heb ik ook dorst. Zoet is deze drank: één enkele slok lest de dorst van miljoenen mensen en ik heb zo'n dorst dat ik zonder ophouden kan drinken, ik drink voorbij alle verzadiging. Ik verlang alles te omvatten en te drinken, als dat mogelijk is, alle afgronden in één keer, en, omdat dat onmogelijk is, zeg ik je dat ik altijd dorst heb, terwijl er in mijn mond altijd water is dat stroomt, overstroomt en voortstroomt. Maar als ik de afgronden zie, meen ik dat ik niet genoeg heb gedronken, want ik verlang alles te bezitten, alhoewel ik alles in overvloed bezit, al het water, geheel en al in mijn hand. Altijd ben ik een bedelaar, terwijl ik werkelijk alles bezit, verenigd met het kleine beetje. De zee, maar meer nog, de afgronden van de afgronden zijn verenigd met die slok. Als ik dus één slok bezit, bezit ik alles met Hem, en ik verklaar je dat ik bezit, Hij is geheel en al ondeelbaar, ongrijpbaar, geheel en al onneembaar. Het is ook niet mogelijk Hem te omschrijven en heel moeilijk om te zien, Hij die God is, geheel en al. Als dus zo voor mij de goddelijke druppel is, wat zou ik dan denken waarlijk te bezitten? Waarlijk, als ik die heb, heb ik niets. (Siméon le Nouveau Théologien, Hymnes II. SC 174, Paris 1971. XXIII 283-358 (pp. 207-213)) Wat is uw barmhartigheid zonder maat, Redder? Hoe hebt U zich gewaardigd mij ledemaat van uw lichaam te maken, ik, de onreine, de verkwister, de prostitué? Hoe hebt U me herkleed met de luisterrijke mantel, bliksemend van een schittering van onsterfelijkheid, die al mijn ledematen verandert in licht? Want uw lichaam, onbevlekt en goddelijk, is geheel bliksemend van het vuur van uw goddelijkheid waarmee het op onuitsprekelijke wijze is vermengd en verenigd; dat is de gunst die U ook aan mij gedaan hebt, mijn God. Want dit armzalige en vergankelijke omhulsel verenigd met uw geheel onbevlekte lichaam en mijn bloed vermengd met uw bloed, ben ik eveneens verenigd, ik weet het, met uw goddelijkheid en ben ik uw zeer zuivere lichaam geworden, stralend ledemaat, waarlijk heilig ledemaat, schitterend ledemaat, transparant, lichtend. (Siméon le Nouveau Théologien, Hymnes I. Paris, 1969. SC 156, Paris 1969; II 1-17 (pp. 177v.)) U bent met ons, nu en voor alle eeuwen, van eenieder maakt U Uw huis en U woont in ons en U wordt voor allen ons huis en in U wonen wij, elk van ons, o Redder, geheel met U geheel, met elk van ons bent U alleen met hem alleen en boven ons allen bent U ook, alleen en geheel. (...) Wij worden ledematen van Christus - en Christus wordt onze ledematen, Christus wordt mijn hand, Christus mijn voet, voor mij, erbarmelijke! En de hand van Christus, de voet van Christus, ben ik, ongelukkige! Ik beweeg de hand en mijn hand is geheel de Christus - want ondeelbaar, vergeet het niet, is God in zijn goddelijkheid -; ik beweeg de voet en zie, hij straalt als Hij - beschuldig me niet van godslastering, maar ontvang deze waarheid en aanbid Christus, die u zo maakt, want als u het wilt, wordt u ledemaat van Christus en evenzo worden al onze ledematen, van ieder van ons ledematen van Christus en Christus onze ledematen, en al wat zonder eer is zal Hij eerbaar maken door het te verbinden met zijn schoonheid en zijn goddelijke glorie, want levend met God zullen wij goden worden, zonder nog de s
omega constellatie

kijk omega
hublot Uhren
velocità omega
كوكبة أوميغا

Lighting

401 Pins30 Followers
  • Lighting design

  • Lamp light

  • Lighting ideas

  • Chandeliers

  • Light design

  • Pendant lighting

  • Ceiling lamp

  • Decorative lighting

  • Hotel lobby

  • Light fixtures

  • Art installations

  • Ceiling design

  • Ceiling lighting

  • Home

  • Interior lighting

  • Lamp design

  • Light pendant

  • Pendant lamp

  • Wall lighting

  • Architecture

Lasvit has created an artistic glass sculpture called "Dancing Leaves" Evoking a gust of wind, gradually spiraling upwards, created by entering the hotel lobby. A breathtaking sight of magically flying leaves from sycamore trees eventually falling into the pond in the main lobby. Their weightlessness in the air gives us a mingled feeling of harmony & balance. “Dancing Leaves” is made of 800 hand-blown glass abstract sycamore leaves: some clear & some with silver leaves on the inside.
Atkins DubaiSycamore TreesThe HeritageThe PondEntreesPerforming ArtsArt SculpturesBlown GlassEspeciallyForward

Lasvit: an artistic glass sculpture called “Dancing Leaves” made of 800 hand-blown glass abstract sycamore leaves

Preciosa Lighting. Hilton Hotel Bomonti. Istanbul.
Ceiling LightingCeiling LampThe ChandelierChandeliersCeiling DesignBright LightsLighting DesignThe PictureInterior DesignForward

Preciosa Lighting is an innovative company which creates complex lighting design solutions for luxury interiors worldwide.

Linear Chandelier | Contemporary Lighting Products
Linear ChandelierContemporary ChandelierChandelier LightingChandeliersGlass ChandelierCeiling LightingLamp DesignLighting DesignModern LightingForward

Original design chandelier (glass) - LINEAR - Tom Kirk Lighting by johnnie

Urban modern decorating, elaborate modern lighting
Hotel LobbyArt InstallationClub DesignDesign DesignArtworkMobile ArtHospitalityDecorative LightingPalm BeachForward

Urban modern decorating, elaborate modern lighting

Projector lighting fixture by PSLab.
Interior LightingLighting IdeasTrack LightingLight DesignProjectorsStudy AreasFeatures OfRailingsLogsForward

Lighting spot - Projector lighting fixture by PSLAB.

BYB® Modern Chandelier Rain Drop Lighting Square Crystal Ball Fixture Pendant Ceiling Lamp, D80*H180, 12 Lights, Free Shipping,X268-12,warm light
Funky LightingUnique LightingDecorative LightingLighting DesignCeiling ChandelierModern ChandelierChandeliersCrystal BallLight FixtureForward

BYB® Modern Chandelier Rain Drop Lighting Square Crystal Ball Fixture Pendant Ceiling Lamp, D80*H180, 12 Lights, Free Shipping,X268-12,warm light

glass droplets
Accent LightingLighting DesignLighting IdeasIndirect LightingPendant LampCinnamon TeaLightsPostsDew DropsForward

Ocre lighting, like

from REFLECTIONS
Lasvit – New collections 2013
Ceiling LightingCeiling LampDecorative LightingNanjingFuturismPhMilanTextureGlassForward

Lighting ▶▶▶ Lasvit // New collections 2013

The Fairmont - Lasvit
Light DesignLighting IdeasLight FixturesGlass InstallationChandelier LightingCeiling LampChinese StyleIlluminatiBespokeForward

The Fairmont - Lasvit fixture

Good dream Crystal fish hanging lights Edith brow Weiss GOVS hot glass fish chandelier lighting - Images -- SOKIKI.COM
Glass LightsHanging LightsWrought Iron ChandeliersChandelier LightingLight ArtLight FixtureLampsSchoolFish MobileForward

school of light fish wonderful art installation

Pinterest


Omega

341 Résultats Trier par: Produits par page: 01 02 03 04 Suivant Haut de page 01 02 03 04 Suivant

Omega Speedmaster Moonwatch Professional 42 311.30.42.30.01.005

2.705,04 € *   Details

Omega Speedmaster Moonwatch Professional 42 Saphir Black 311.30.42.30.01.006

3.125,21 € *   Details

Omega Seamaster Diver 41 Automatic Date 212.30.41.20.01.003

2.301,68 € *   Details

Omega Speedmaster Moonwatch Professional 42 311.33.42.30.01.001

2.595,80 € *   Details

Omega Seamaster 300 Master Co-Axial 41 Black 233.30.41.21.01.001

3.410,92 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra Master Co-Axial 231.10.39.21.03.002

3.310,08 € *   Details

Omega Speedmaster Moonwatch Co-Axial 311.30.44.51.01.002

4.570,59 € *   Details

Omega Seamaster Diver 41 Automatic Chronometer 212.30.41.20.03.001

2.352,10 € *   Details

Omega Speedmaster Dark Side of the Moon 311.92.44.51.01.003

6.032,77 € *   Details

Omega Seamaster Diver 300 M Co-Axial Chronograph 44 212.30.44.50.01.001

2.990,76 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra Master 231.10.42.21.01.004

3.142,02 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra Master Black Dial 231.10.42.21.01.003

3.142,02 € *   Details

Omega Speedmaster Moonwatch Professional 42 Chronograph Black 311.33.42.30.01.002

3.083,19 € *   Details

Omega Speedmaster Racing 40 Chronograph 326.30.40.50.01.001

2.621,01 € *   Details

Omega Seamaster 300m Chronometer 212.30.36.20.01.002

2.318,49 € *   Details

Omega Speedmaster Racing 40 Chronograph Blue Dial 326.32.40.50.03.001

2.402,52 € *   Details

Omega Moonwatch Omega Co-Axial Chronograph 44.25 mm 311.33.44.51.01.001

4.511,76 € *   Details

Omega Speedmaster Mark II Chronograph Orange 327.10.43.50.06.001

3.444,54 € *   Details

Omega De Ville Prestige Blue Dial 424.13.40.20.03.001

1.881,51 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra Quartz 30 231.10.30.60.02.001

1.511,76 € *   Details

Omega Seamaster 300 41 Chronometer 233.32.41.21.01.002

3.326,89 € *   Details

Omega De Ville Prestige Co-Axial Black 424.13.40.20.01.001

1.881,51 € *   Details

Omega Seamaster Diver 300m Chronograph 212.30.44.50.03.001

3.125,21 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra 38.5 Black Dial 231.10.39.21.01.002

3.142,02 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra 30 Teak-Grey Dial 231.10.30.60.06.001

1.511,76 € *   Details

Omega Speedmaster Racing 40 Automatic Chronograph 326.32.40.50.06.001

2.469,75 € *   Details

Omega Speedmaster Mark II Co-Axial Chronograph 327.10.43.50.01.001

3.335,29 € *   Details

Omega Speedmaster 44 Dark Side of the Moon 311.92.44.51.01.007

6.545,38 € *   Details

Omega Seamaster Diver 36 Automatic Chronometer 212.30.36.20.03.001

2.200,84 € *   Details

Omega Seamaster Planet Ocean 44 Automatic Date 215.30.44.21.01.001

3.839,50 € *   Details

Omega Seamaster Aquaterra 39 Quartz Silver Dial 231.10.39.60.02.001

1.528,57 € *   Details

Omega Seamaster Planet Ocean 45.5 Black Dial 232.32.46.21.01.003

3.083,19 € *   Details

Omega Speedmaster Moonwatch Grey Side of the Moon Ceramic 311.93.44.51.99.001

6.419,33 € *   Details

Omega De Ville Prestige Co-Axial 39,5 Black Leather Strap 424.13.40.20.02.001

1.881,51 € *   Details

Omega Speedmaster Racing Co-Axial Chronograph 40 Clou de Paris 326.32.40.50.01.002

2.452,94 € *   Details

Omega Seamaster Planet Ocean GMT Black Dial 232.30.44.22.01.002

3.965,55 € *   Details

Omega De Ville 40 Automatic Date 424.13.40.20.02.002

1.881,51 € *   Details

Omega Speedmaster Racing Co-Axial Chronograph 40 326.30.40.50.02.001

2.621,01 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra Co-Axial 41,5 Yellow Details 231.10.42.21.01.002

3.100,00 € *   Details

Omega Seamaster Diver 41.5 Chronograph Blue Dial 212.30.42.50.03.001

3.015,97 € *   Details

Omega De Ville Hour Vision 41 Automatic Date 433.33.41.21.03.001

3.881,51 € *   Details

Omega Speedmaster Co-Axial Chronograph 41,5 Black 331.10.42.51.01.001

4.520,17 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra Quartz 30 Diamonds 231.10.30.60.56.001

2.108,40 € *   Details

Omega De Ville Prestige Butterfly 424.10.27.60.52.001

1.730,25 € *   Details

Omega De Ville Co-Axial Chronograph 42 Silver 431.13.42.51.02.001

4.276,47 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra Day Date Blue Dial 231.10.42.22.03.001

4.024,37 € *   Details

Omega Seamaster Planet Ocean 45.5 Blue Dial 232.90.46.21.03.001

4.402,52 € *   Details

Omega Seamaster Planet Ocean 46 Chronograph Blue Dial 215.30.46.51.03.001

4.898,32 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra Co-Axial GMT Chronograph 231.10.43.52.06.001

4.931,93 € *   Details

Omega Seamaster Planet Ocean 44 Automatic Blue Dial 215.30.44.21.03.001

3.705,04 € *   Details

Omega Seamaster Planet Ocean GMT 232.32.44.22.01.002

3.898,32 € *   Details

Omega Speedmaster Racing 326.30.40.50.01.002

2.621,01 € *   Details

Omega De Ville Prestige Co-Axial 424.10.37.20.02.001

1.948,74 € *   Details

Omega Speedmaster 42 Automatic Chronograph 331.12.42.51.01.002

4.528,57 € *   Details

Omega Constellation Quartz 24 mm 123.20.24.60.55.001

2.520,17 € *   Details

Omega Speedmaster Moonwatch Co-Axial titan 311.90.44.51.03.001

5.789,08 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra 38.5 Silver Dial 231.10.39.21.02.002

3.142,02 € *   Details

Omega De Ville 33 Automatic Co-Axial 424.53.33.20.05.001

4.705,04 € *   Details

Omega De Ville Prestige Co-Axial 424.10.33.20.05.001

2.175,63 € *   Details

Omega De Ville Trésor 40 Master 432.53.40.21.02.002

7.553,78 € *   Details

Omega Speedmaster '57 Co-Axial Chronograph 331.10.42.51.03.001

4.595,80 € *   Details

Omega Constellation Lady BiColor 123.20.27.60.02.002

2.368,91 € *   Details

Omega Seamaster Planet Ocean 40 Co-Axial Chronometer Black Dial 215.30.40.20.01.001

3.646,22 € *   Details

Omega Seamaster Diver 42 Chronograph 212.30.42.50.01.001

3.015,97 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra Co-Axial GMT 43 Blue Dial 231.10.43.22.03.001

4.091,60 € *   Details

Omega De Ville Prestige Lady 424.10.27.60.01.001

1.301,68 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra Master Co-Axial 41,5 Teak-Silver 231.10.42.21.02.003

3.142,02 € *   Details

Omega Constellation 27 Steel Dual Tone 123.20.27.60.55.002

2.705,04 € *   Details

Omega Speedmaster Moonwatch Co-Axial Master Chronometer Chronograph Moon Phase 304.30.44.52.01.001

5.915,13 € *   Details

Omega Seamaster Planet Ocean 46 Automatic Chronometer 232.92.46.21.03.001

4.150,42 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra Quartz 30 White Mother of Pearl 231.10.30.60.55.001

2.200,84 € *   Details

Omega Seamaster 300 Master Co-Axial 41 Blue Titan 233.90.41.21.03.001

4.654,62 € *   Details

Omega De Ville 40 Co-Axial Date Blue Dial 424.10.40.20.03.001

1.948,74 € *   Details

Omega Seamaster Ploprof 1200M Automatic Chronometer 227.90.55.21.99.001

7.621,01 € *   Details

Omega Seamaster Seamaster 43.5 GMT 232.30.44.22.01.001

4.032,77 € *   Details

Omega Speedmaster Racing 40 Automatic Chronograph 326.30.40.50.06.001

2.646,22 € *   Details

Omega De Ville Prestige Butterfly 424.10.33.60.52.001

1.789,08 € *   Details

Omega Seamaster 41 Automatic Chronometer 233.22.41.21.01.002

4.637,82 € *   Details

Omega Seamaster Planet Ocean Co-Axial Master Chronometer 44 Date 215.32.44.21.01.001

3.587,39 € *   Details

Omega Seamaster Planet Ocean 46 Chronograph Blue Strap 232.92.46.51.03.001

5.259,66 € *   Details

Omega Seamaster Planet Ocean 44 Automatic GMT 232.92.44.22.03.001

4.982,35 € *   Details

Omega Constellation 27 Quartz 123.10.27.60.05.001

1.469,75 € *   Details

Omega DeVille Prestige 33 Blue Dial 424.10.33.20.53.001

2.242,86 € *   Details

Omega De Ville Omega 41 Chronometer Silver Dial 431.13.41.21.02.001

3.268,07 € *   Details

Omega Constellation Co-Axial 31 123.10.31.20.55.001

3.578,99 € *   Details

Omega Seamaster Planet Ocean Co-Axial Master Chronometer 46 Chronograph 215.32.46.51.01.001

4.604,20 € *   Details

Omega Constellation Globemaster 39 Automatic Blue Dial 130.30.39.21.03.001

3.965,55 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra Day Date 231.10.42.22.02.001

4.150,42 € *   Details

Omega Speedmaster 44 Dark Side of the Moon Black Dial 311.92.44.51.01.006

6.545,38 € *   Details

Omega De Ville 40 Automatic Power Reserve 424.13.40.21.03.001

2.511,76 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra Chronograph 44 231.10.44.50.06.001

3.696,64 € *   Details

Omega De Ville 27 Quartz Gemstone 424.10.27.60.55.001

1.536,97 € *   Details

Omega De Ville Prestige 38.5 Power Reserve 424.13.40.21.02.001

2.511,76 € *   Details

Omega De Ville Prestige Co-Axial 32,7 Butterfly 424.10.33.20.55.001

2.646,22 € *   Details

Omega Constellation 24 Quartz Dual Tone 123.25.24.60.55.003

4.091,60 € *   Details

Omega Seamaster Aqua Terra Co-Axial Day Date 41,5 Black 231.10.42.22.01.001

4.209,24 € *   Details

Omega Constellation Quartz 123.20.27.60.02.001

2.259,66 € *   Details

Omega De Ville Ladymatic 34 Automatic Date 425.30.34.20.57.003

4.663,03 € *   Details

Omega Constellation 27 Silver Dial 123.10.27.60.02.001

1.410,92 € *   Details

Omega De Ville Ladymatic 34 Automatic Gemstone 425.65.34.20.55.001

19.654,62 € *   Details Éléments 1 - 100 sur 341 total Produits par page: 01 02 03 04 Suivant Haut de page 01 02 03 04 Suivant

Omega – La marque du gentleman moderne

L'Alpha et l'Omega, du début jusqu'à la fin, la boucle est bouclée. C'est ce que devaient penser les fils du fondateur pour prendre le nom des dernières lettres de l'alphabet grec. De nos jours, Omega est considérée comme la marque horlogère avec la plus grande réputation de précision. C'est précisément la raison pour laquelle le fabricant, qui réside à Bienne en Suisse, est un fidèle compagnon des moments les plus importants de la vie. Omega a déjà été 26 fois responsable du chronométrage aux Jeux olympiques et son nom est devenu familier comme étant la montre-bracelet de divers héros de l'histoire contemporaine. La Speedmaster Professional a été la toute première montre sur la Lune et depuis 1995, la Seamaster a sauvé le monde dans les aventures de James Bond. Est-il besoin d'en dire plus? Omega est souvent en avance sur son temps, notamment en termes d'innovation technique. En particulier, l'échappement coaxial considéré comme l'une des dernières innovations horlogères majeures. Dernièrement, la collection est représentée par les classiques Seamaster, Speedmaster, la De Ville et la Constellation. Actuellement, celles-ci perpétuent l'héritage du fabricant.


Collections Omega

Speedmaster

Rapide, plus rapide, Speedmaster. La "Speedy" est une montre emblématique et, avec son homologue, la Rolex Daytona, l'une des collections de chronographes les plus célèbres au monde. Depuis 1957, la montre est passée à la postérité quand elle a atterri sur la lune au poignet de l'astronaute Buzz Aldrin. Au cours des dernières décennies, la collection entière a été peaufinée avec la série Mark, la Day Date, la Broad Arrow et la Speedmaster Racing.


DECOUVRIR LES MONTRES SPEEDMASTER

Seamaster

L'histoire de la montre de plongée est étroitement liée au nom de Seamaster. Lancée en 1948, elle établit de nouvelles normes pour supporter les grandes profondeurs tout en innovant continuellement avec de nouvelles fonctionnalités, comme l'échappement coaxial Master. C'est une collection composée de la collection classique Seamaster Diver, de l'Aqua Terra et de la Planet Ocean.


DECOUVRIR LES MONTRES SEAMASTER


De Ville

Cette montre constitue le pendant élégant d'une autre collection Omega caractérisée par des chronographes et des montres de plongée. Elle évoque les images d'une époque où Omega était étroitement associée à des montres classiques. Ses cadrans sont très nets et les chiffres romains figurent fréquemment sur le cadran de la montre. La collection est très polyvalente avec la De Ville Prestige, la Trésor et la Ladymatic. Plusieurs modèles ont été équipés du mouvement coaxial principal. Il y a aussi des chronographes et des montres en or à trois aiguilles.


DECOUVRIR LES MONTRES DE VILLE

 

Omega en chiffres

2500 – Le calibre avec le premier échappement coaxial Omega.

Lancé en 1999, l'échappement coaxial a été grandement utilisé dans divers modèles, ainsi que pour la première fois dans le Calibre 2500. Il fait partie des plus grandes réussites techniques dans le domaine des montres mécaniques du siècle dernier.

15 000 – Le 15 000 Gauss

Les modèles les plus récents dénommés Master Coaxial ont une grande résistance aux champs magnétiques jusqu'à 15 000 Gauss et sont très largement considérés comme les premières montres bracelets non magnétiques du monde. Jusque là, seule une protection jusqu'à 10 000 Gauss était possible.

8 – La mission de 8 jours sur la Lune

En 1969, Apollo 11 a réalisé une mission spatiale de 8 jours. Elle a propulsé l'Omega Speedmaster Professional dans l'illustre catégorie de la première montre à avoir été portée sur la lune. Une légende est alors née, et la Speedmaster est devenue, selon Omega, la publicité la plus efficace et durable dont la société ait jamais bénéficié.

7 – L'Agent connu sous le nom de 007

Depuis 1995, Omega est le chronométreur officiel et quelques fois le sauveteur de l'Agent 007 connu sous le nom de James Bond. Pierce Brosnan fût également le premier Bond à faire confiance à la fiable Seamaster dans le film Goldeneye.

26 – 26 fois aux Jeux Olympiques

Depuis 1932, Omega a été 26 fois chronométreur officiel des Jeux Olympiques d'hiver et d'été. Omega aura également la responsabilité du chronométrage aux Jeux Olympiques de Rio de Janeiro en 2016.


Chronologie d'Omega


1848: Louis Brandt fonde La Chaux de Fonds. Son nom sera plus tard changé en Omega.

1894: Omega crée son tout premier calibre et sa couronne ne peut non seulement pas se remonter mais on peut également l'utiliser pour régler l'heure.

1948 100 ans après la création de la société, Omega présente au monde sa première Seamaster.

1957: Lancement de la toute première Speedmaster.

1960: La de Ville devient un élément supplémentaire important de la collection grandissante d'Omega.

1969: Le voyage légendaire: La Speedmaster Professional devient la première montre à atterrir sur la lune lors de la mission spatiale Apollo 11.

1999: Le Calibre 2500 devient la première création coaxiale d'Omega à entrer dans l'histoire.

2014: Omega présente sa nouvelle Master Coaxial Calibre 8500, considéré comme le premier mouvement non- magnétisé au monde.


Les passionnés d'Omega

Omega a inclus des représentants célèbres dans sa stratégie d'identité de marque, ex James Bond qui a fait d'Omega l'incarnation du gentleman moderne. Néanmoins, dans le monde réel, le représentant d'Omega le plus célèbre est le pendant réel de OO7, le raffiné George Clooney. Il porte souvent une Seamaster Aqua Terra avec un cadran bleu foncé. Depuis 2007, il est l'ambassadeur officiel d’Omega, une tradition familiale puisque son père en portait aussi une. A son mariage, il portait une de Ville Trésor en or blanc 18 carats. John F. Kennedy faisait confiance aux services d'Omega pour ses rendez-vous à la Maison Blanche. La montre du 35ème Président des Etats Unis occupe une place respectée dans le Musée Omega à Biel en Suisse. Michael Schumacher est aussi un grand fan de la marque et Omega a honoré le champion de Formule 1 le plus titré de tous les temps, en ressortant de multiples éditions Michael Schumacher de la Speedmaster.