PE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.0 Transitional//EN"> Mens mooie horloges Mijn droomwereld

Mijn droomwereld Mens mooie horloges

Over mijzelf
Ik ben Frieda
Ik ben een vrouw en woon in Antwerpen (Belgie) en mijn beroep is Huisvrouw.
Ik ben geboren op 03/01/1953 en ben nu dus 64 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: .
Hier een beetje over mijzelf,mijn intresses,tuinieren, koken en bakken en veel plezier maken
Samen met mijn beste
vriendin Lisette
Foto
< lbdvgfvy. faire longines/tr>
Mijn favorieten- Links
  • mooie plaatjes
  • mooie plaatjes
  • mooie plaatjes
  • Mooie gedichtjes Poet in time
  • kalenders
  • mini horloges
  • maak u eigen tegeltje
  • Penny Parker
  • Nostalgische animaties
  • Shari's Designs
    Foto
    Mijn favorieten- Links
  • Jos Westerhof gedichten
  • gedichtjes Van Hendrik Jan
  • Roosje-
  • Ekenit zelf kaartjes maken
  • Redlips
  • buttons&borders Elly
  • ecards-Jacquie Lawson
  • gedichtjes Luc
  • Aquarellen Priet
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Mijn droomwereld

    15-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.


    Vergelijk even
    Als je naar dieren zit te kijken
    Moet je ze eens met mensen vergelijken
    Dan zie je zoveel overeenkomst
    En daaruit is vaak de mens het domste
    Kijk naar de dieren camouflage
    Een slang vermomd zich als een tak
    En met karnaval is het een rage
    Dat je je verkleed in een raar pak
    En wat denk je van versieren
    Dan zijn de mannen net als de dieren
    Ze zetten hun mooiste veren uit
    En kramen de gekste woordjes uit
    En dieren zijn net als mensen
    Die houden van hun kind
    Dat is een mooie vergelijking
    Die je dan ook weer vind
    Maar een akelig gegeven
    Is dat dieren alleen doden om te leven
    En mensen dit gewoon maar doen
    Om zich van een ander te ontdoen
    Dus ook al hebben wij wel hersens
    En hebben dieren die niet
    Toch is het een gegeven
    Dat je veel overeenkomst ziet
    Shadow


    Mens mooie horloges

    IWC ure
    guarda gli uomini
    الاصل
    Breitling montres à vendre

    Spectaculair mooie en lieve Friese ruin

    • Spectaculair mooie en lieve Friese ruin foto
    • Spectaculair mooie en lieve Friese ruin foto
    • Spectaculair mooie en lieve Friese ruin foto
    • Spectaculair mooie en lieve Friese ruin foto
    • Spectaculair mooie en lieve Friese ruin foto
    • Spectaculair mooie en lieve Friese ruin foto
    • Prijs:
      € 4.700,-
    • Geplaatst:
      1 dag geleden
    • Plaats:
      Zundert 
    • Rubriek:
      Paardensport
    • Subrubriek:
      Paarden diversen
    • Bekeken:
      21 keer

    Beschrijving

    Sylver Star heeft een ontzettend mooi, uitgesneden hoofdje met een eerlijk, groot oog. Hij is dan ook superbraaf en heel erg meewerkend, op stal ook en hij staat zelfs met contactluik naast een merrie, zonder dat hij haar lastig valt.

    Sylver Star is geboren 17 juli 2013 en in bezit van een heel goed Fries papier van Worbe x Tsjerk x Teake x Hearke. Zijn DNA profiel is vastgelegd, zijn afstammig is gecontrollerd. Hij heeft een paspoort met chip en is correct geënt. Deze knapperd is totaal vrij van gebreken en/of eczeem. Hij heeft enorm mooie, volle krullende manen en staart.

    Sylver Star kan zeer goed, ruim en gedragen bewegen met veel cadans. Hij meet ca. 1.54 m, maar omdat hij nog jong is groeit hij nog, dit kan tot zijn zevende jaar. Dit is een zeldzaam mooie Friese ruin, die op dit moment schaars zijn. Kenners zeggen dat dit paard zeer goed kan bewegen en daarmee is hij een belofte voor de sport. Is onlangs naar de tandarts geweest, inclusief recent tandartsrapport.

    De prijs vordert naarmate hij verder is doorgereden.

    Wordt met garantie verkocht, inruil bespreekbaar.

    Het reserveren van dit paardje is mogelijk, vraagt u even naar de mogelijkheden?

    Wil jij ook iets te koop aanbieden in de Paardensport rubriek? Plaats nu je zoekertje!


    Blog

    Mimi Anderson

    Mimi Anderson is momenteel bezig aan een project voor een goed doel waar ze op 40 dagen een hoop kilometers gaat lopen. Ultra-runsters en veelvoudig recordhoudsters.

    Bekijk hier  haar project!

    De 6 uur van Aalter door Heidi Janssens

    De 6 uur van Aalter is ondertussen al weer even geleden; de tijd vliegt. Alhoewel, tijdens het laatste uur van een 6 uur-wedstrijd vliegt de tijd net iets minder snel, heb ik gemerkt.
    Bij het opstaan overdacht ik mijn wedstrijd tactiek. In tijden waarin voetbal en wielrennen de enige sporten lijken waarvoor de media aandacht heeft, komt het woord ‘tactiek’ al eens ter sprake. Ik kan hier dus niet achterblijven, hé. Ik besloot om vandaag eens voor de ‘flat-line’ tactiek te gaan, wat eigenlijk een ‘training in wedstrijd’ is. Je start aan een tempo, waarvan je zeker bent dat je wedstrijd zeer comfortabel uitloopt en probeert het tempo zo vlak mogelijk te houden. Ideaal voor wedstrijddagen waarop je eigenlijk geen zin hebt om een wedstrijd te lopen. In mijn arsenaal tactieken heb ik ook nog ter beschikking: de ‘kamikaze’ tactiek, die ik 2 weken eerder, weliswaar vrij onsuccesvol, had toegepast in Maasmechelen en de ‘Lucien’ tactiek. Bij de ‘kamikaze’ tactiek is de kans dat het goed afloopt zeer gering ( je start aan een tempo waarvan je bijna zeker weet dat je het niet volhoudt), doch mocht je het ooit eens kunnen volhouden, heb je wel een mega PR. Ideaal dus voor optimistische dagen. De ‘Lucien’ tactiek is genoemd naar een ervaren ultraloper, die ik al een paar keer in het laatste uur een wedstrijd op zijn naam zag schrijven. Deze tactiek vraagt een beetje beheersing: je start trager dan je wedstrijdtempo en wanneer de tegenstand begint te verzwakken, duw je zelf het gaspedaal een beetje dieper. Hiermee kom ik gewoonlijk het verst, doch ik moet eerlijk toegeven dat ik deze nog niet zo goed beheers.
    Soit, tot zo ver de tactische voorbeschouwingen, om duidelijk te maken dat ik eigenlijk geen goesting had om te starten: een chronisch slaaptekort en de weersverwachtingen ( ik ben een goed-weer-loper) waren hier de oorzaak van. Anderzijds kon ik het niet maken om deze goed georganiseerde wedstrijd, die ondertussen al een gevestigde waarde is in het ultralopen, te missen. Het jaar ervoor had ik nog ‘een excuus’ om die aan mij te laten voorbijgaan, doch nu eigenlijk niet meer. Dus: starten zouden we.
    Om 12h schiet Joeri de wedstrijd op gang en na ons rondje piste bengel ik al achteraan het peloton. Er zijn er blijkbaar veel die gaan voor de kamikazetactiek vandaag. Het rondje valt te beschrijven als: rondje piste, bocht van 90°, zijkant piste, door woonwijk, stukje onverhard fietspad, bocht naar rechts- zeer duidelijk bergop naast sporthal, naar links, stukje op de weg met opnieuw bocht van 90°, dan richting sporthal (lichtjes hellend bergaf), en dan laatste stukje indoor door de sporthal. Het minste dat we kunnen zeggen dat het een zeer gevarieerd parcours betreft. Het eerste uur hou ik mij strikt aan mijn plan en loop aan een tempo van iets meer dan 10km/uur. Ik vraag mij nog geregeld af waarom ik het ook al weer leuk vond om ‘lang te lopen’, de minuten gaan tergend langzaam. Dan komt Hans bij me lopen en babbelen we wat over zijn Comrades wedstrijd enzo.. Zo doet een mens inspiratie op. De tijd vliegt plots sneller. Bij het passeren van de matten roept Joeri plots dat ik derde vrouw loop, wat ik wel vreemd zou vinden met een tempo van iets meer dan 10 per uur. De volgende passage tracht hij me te overtuigen van zijn telcapaciteiten en houdt hij halsstarrig vol dat ik derde ben.. Hm, misschien toch eens kijken waar de tweede en eerste dan lopen: tweede net voor mij en Katrien zie ik nog op de piste, dus iets meer dan een 400m voor mij. Maar, ik had een plan: vlak lopen. Anderzijds: “strategies have to be flexible”, en flexibiliteit is toch ook een beetje een goede eigenschap, vind ik. Ik besluit om Katrien niet meer dan een halve ronde te geven en probeer ietsje te versnellen. Na 3 uur wedstrijd kan ik haar voorbij, maar een halve ronde later gooit een dringende sanitaire stop roet in het eten en ben ik weer op achtervolgen aangewezen. Het volgende anderhalve uur blijven we op gelijke hoogte: de 100 km in Maasmechelen zitten nog duidelijk in de benen en het lukt mij niet echt om genoeg te versnellen om een kloof te slaan. Ze heeft het ook lastig, doch blijft halsstarrig volhouden op een 100 na mij: goede eigenschap bij het ultralopen. Nog 2 uur te gaan en dan komt Paul bij me lopen. Ik heb niet zo veel fut meer om te babbelen: het werd dus een stille bedoening, maar het geeft me moed dat hij bij me blijft. Op die manier lukt het me om me na iedere drank- en eetpauze weer op gang te trekken en op hetzelfde tempo te komen en het kloofje wordt geleidelijk aan groter. Ondertussen zien we hoe donkere wolken langzaam dichter komen richting Aalter: het laatste half uur gaan de hemelsluizen open en krijgen we een echte douche over ons heen. Het fietspad wordt een halve beek en op de straten blijft het water in grote plassen staan. Het weer op de 6 uur van Aalter is altijd in extremen: is het geen 35°, dan krijgen we wel een moesson over ons heen. Ik ben benieuwd wat het volgend jaar zal zijn. Ondertussen ontdek ik dat de spoelfunctie van mijn wasmachine dient nagekeken te worden: er komt schuim uit mijn broek..
    Paul en ik spreken mekaar moed in: nog maximaal 2 keer de berg op, nog 20 minuten, nog 10 minuten,.. en dan klinkt het signaal. We eindigen in de beek op het fietspad. Gelukkig weet de organisator hoe hij lopers blij kan maken: een van de vrijwilligers komt direct langs en schrijft mijn nummer op een kaartje dat hij in de grond steekt en ik kan direct mijn tocht richting de kleedkamers aanvatten.
    Bij de mannen wordt Frankie beloond voor het volhouden van zijn tempo. De toppers vallen één voor één weg uit de wedstrijd, waardoor Frankie aan de leiding komt. Lucien was al een tijdje in de achtervolging, maar strandde uiteindelijk op de 2de plaats. Vincent gaf een voortreffelijke demonstratie van wat de ‘Lucien’ tactiek inhoudt en ging in een vlot tempo over Dirk, om zo uiteindelijk de derde plaats in te palmen. Bij de vrouwen wordt Patricia mooi derde, na Katrien die op een 400 m na mij strandde.
    Hierbij toch een dankwoordje aan Joeri en co voor de weeral voortreffelijke organisatie. Deze wedstrijden zijn belangrijk om het ultralopen wat meer onder de aandacht te brengen en om marathonlopers te laten proeven van het ultralopen. Ook nu weer, liepen hier een aantal deelnemers hun eerste ultra. Deze mensen staan misschien niet op het podium, maar zijn voor mij de echte winnaars van deze wedstrijd: proficiat en hopelijk tot ergens op een volgende ultra! En natuurlijk ook een dikke merci aan alle supporters die ons 6 uur lang bleven aanmoedigen: zonder hen zou het toch hetzelfde niet zijn.

    VeerleBeernaert

    Belgisch Kampioenschap 24-uur ultralopen 28 en 29 juni. Verslag door Veerle Beernaert

    We schrijven 15 juli, onder het genot van een fris wijntje in combinatie met wat tapa’s besluit ik om eindelijk werk te maken van een verslag over het BK 24-uur ultralopen. Oké, ik had even een duwtje in de rug nodig. Ronny Jansen had graag een verslag op ultralopers.be geplaatst en zo kruip ik, overigens met veel plezier, in mijn pen.

    Eind 2013 was het heel onzeker of er überhaupt een BK 100 km en 24-uren zou georganiseerd worden. In die optiek werd de focus op de 24-uur van Steenbergen gelegd. De voorbije twee jaar liep ik er telkens, vorig jaar zelfs het WK dus deze ging het worden.
    Toen het BK Ultralopen in de picture kwam en in maasmechelen georganiseerd zou worden werd de planning aangepast, begin september ging het dus gaan gebeuren. Op de vooravond van de zes uur van Stein werd de datum aangepast en zo kwamen we op eind juni uit.
    De bbq, die we al een 10-tal jaren organiseren met de oud-bestuursleden van Jeugdclub Den Ast in het laatste weekend van juni, kwam daarbij in het gedrang. Maar zeg nu zelf, als je als ultraloper kan deelnemen aan het BK dan is de keuze toch snel gemaakt, niet? In dubio dus, maar mijn man Philippe kwam met de oplossing. Hij zou mij naar Maasmechelen brengen en rond 16u vertrekken naar de vrienden om daar de honneurs waar te nemen. ’s Morgens zou hij terugkeren om mij de laatste uurtjes aan te moedigen.
    We kregen het aanbod om reeds op vrijdagavond bij Els Aelbers te gaan logeren (zij woont langs het parcours), maar doordat we op vrijdagavond nog enkele oudercontacten hadden, was dit niet haalbaar.
    Zaterdagmorgen om zes uur vertrokken we samen met Juan Vandenweghe naar Maasmechelen. De koffer volgeladen met een tent, tafel, stoel en parasol die uiteindelijk dienst moest doen als paraplu, porties pasta, snoepjes, chocolade, chocomelk en een speciaal biertje: Edlinger alcoholvrij isotoon bier… Wat hou ik van de magie van een 24-uurloop. Tentjes langs het parcours, overal blije gezichten en een gemoedelijke sfeer. Waar is de stress van een korte loopwedstrijd? Ik zou het bijna een Vlaamse kermis durven noemen. Er was zelfs een hamburgerkraam aanwezig.
    Om 10 uur klonk het startschot en we gingen op weg voor 4 rondjes van 12,5 km. Daarna konden we op het parcours van 2 km terecht om de rest van de 24 uur vol te maken. Even wennen dus, want meestal start je onmiddellijk op een afgesloten klein parcours. Het moet wel gezegd worden dat het een mooie lus was. Achteraf gezien heeft een ultraloper misschien wel liever onmiddellijk het vertrouwde gevoel van rondjes die je na verloop van tijd door en door kent.
    Mijn doel voor deze 24 uur was 192 km halen. Dit is een gemiddelde van 8 km/u. Het warm weertje, dat ik besteld had (ik ben een warmteloper, hoe warmer, hoe beter), was niet op tijd gearriveerd. De volgende keer regel ik een aangetekende zending. De vier rondjes verliepen heel vlot. Hoe kan het ook anders? We waren net begonnen en ik liep aan een gemiddelde van net boven de 9 km/u. Na een 35-tal kilometer begon het lichtjes te druppelen. Even later ging het over in gestage regen. Dit zou zo een viertal uren blijven duren. Ik had voldoende kledij bij, maar een kledijwissel in een iglo-tentje zag ik niet zitten. De Pheidippides Friend(s) hadden een grote tent waar je in kon rechtstaan en die stond net tegenover mijn tentje. In het passeren vroeg ik om mijn spulletjes over te brengen naar hun tent. Zo kon ik de volgende ronde mijn zeiknatte kledij op een comfortabele manier wisselen. Met deze wissel verloor ik wat tijd. Ook tijdens het eten nam ik ruim de tijd.
    De tijd kroop voorbij maar na enkele uren op het kleine parcours kwam ik in de “mood” en ik voelde: dit zit goed, zo kan ik nog uren doorgaan. Even maakte ik me zorgen. In het parcours zat een passage waar er geen straatverlichting was, tussen de fruitgaarden en bambi’tjes door. Het was dankzij Joeri Schepers dat ik die bambi’s zag. Meestal loop ik een beetje voorovergebogen, starend naar de grond. Joeri maakte er mij echter attent op. Mijn zorg om telkens in het donker de passage te moeten nemen was ongegrond, want er werden mobiele lichten geplaatst op de donkere stukken.
    Om 22 uur startten er een aantal 12-uurslopers. Oh, wat gingen die snel, toch zeker in vergelijking met de 24-uurslopers. Zoef, zoef, zoef… Ze waren je gepasseerd voor je het wist. De nacht kwam en bedekte ons als een warm deken… niet dus. Het begon terug te regenen, enkele uren lang. Kledijwissel nummer twee drong zich op. Alles drijfnat, kleverig en koud. Brrr… dit duurde wel even. Ondertussen vroeg ik me af wie er nog allemaal op het parcours was buiten de frisse 12-uurslopers. Henk Derudder en Juan had ik al een tijdje niet meer gezien terwijl Henks vrouw Lut nog aan hun bevoorradingstentje zat. Achteraf hoorde ik dat ze even gaan rusten/slapen waren. Tijdens de nacht was Philippe er niet, maar ik kreeg zeker de nodige aanmoedigingen en hulp van de support-teams van de andere lopers. Mooi toch, hoe iedereen elkaar helpt op een 24-uursloop.
    Toen de zon opkwam had ik nog geen meter gewandeld. Ik liep traag, heel traag verder en haalde amper een snelheid van 7 km/u. Rond acht uur kwam Joeri enkele rondjes naast me lopen. Nuja lopen… hij hoefde enkel flink door te stappen om mij te volgen. De drang om te stappen werd alsmaar groter en op een gegeven moment gaf ik mezelf de permissie om even te stappen. Er zat een stukje in dat lichtjes omhoog liep, ter hoogte van de bambi’tjes die al dartel in de wei aan het lopen waren, fris als een hoentje. Daar wandelde ik dus even. Dat “even” werd uitgebreid tot “enkele” rondjes.
    De cava-lopers met Eddy, David en Patricia kwamen me even later vergezellen. Toen er bekenden langs het parcours verschenen met o.a. Valerie, (die de avond ervoor een zilveren medaille pakte op de 100 km) Marc, Dora, Danny… kon ik het niet maken om te blijven stappen. Philippe was er plots ook en zo “liep” ik de laatste uren verder. “We gaan voor een P.R.!”, riepen Philippe en Joeri, “Denk aan de voeten van Koning Leonidas. Die laatste uren in Sparta gaan ook niet vanzelf gaan!”. Allez hop, nog een tandje bijsteken dan, een heel klein tandje weliswaar… In die laatste ronde kruiste ik Els Aelbers. Zij werd tweede dame en wat een mooie afstand op haar debuut! Chapeau Els! Ze was omringd door een ganse schare supporters. Ze liep dan ook een thuismatch.
    Na 24 uur finishte ik, in de buurt van de bambi’s. Hoe kon het ook anders. Ik had 188,93 km gelopen. Ruim 2,5 km meer dan mijn P.R. Geen 192 km, maar toch mag ik tevreden zijn. Er zit nog rek op. Als het weer een beetje meezit en in een wedstrijd met meer deelnemers kan ik er beslist nog enkele kilometers aanbreien.
    Die Belgische titel pakken ze mij alvast niet meer af. Bij de heren werd Pat Leysen voor het tweede jaar op rij Belgisch kampioen. Chris Dhooge pakte zilver en Ludo Depoortere haalde brons. Bedankt aan André Mingneau, Carine en hun team vrijwilligers. Ook graag een bedankje aan de supporters. Jullie waren super! Op naar volgend jaar…
    De komende maanden loop ik nog een 100 km en een 12 uur. De rest zien we wel. Hopelijk kan ik in april mee naar het WK in Turijn en vanaf dan ligt de focus op september 2015!

    verslag 24 uur door Pat Leysen

    Maasmechelen het nieuwe Torhout
    Onverwacht maar lekker meegenomen: een derde titel op 24 uur

    Het valt niet mee om een geschikte datum te prikken voor een nieuw evenement. De kalender barst van festivals, straatfeesten of sportwedstrijden waar we de energie die we in ons werk niet kwijt kunnen op een al dan niet beschaafde manier laten afvloeien.
    En hier en daar gaat een organisatie ter ziele. Omwille van het afhaken van sponsors. Of door de onbeschikbaarheid van voldoende blauw. Bij de berg overuren van onze vrienden politieagenten dank zij koning voetbal is de Mont Ventoux een nietige bobbel. Of door praktische bezwaren. Afgesloten straten omdat pidpa, proximus en electrabel weer eens nalieten om afspraken te maken, een nieuwe asfaltlaag die overal op het ongepaste moment wordt hesteld, een indigestie van winkelende auto’s,…

    Zo verging het na 34 jaar de ‘nacht van Vlaanderen’, een loopwedstrijd over 100 km. Een klassieker waar heroïsche prestaties zijn neergezet en records gesneuveld. Wie in het wereldje duizelt niet meer van de, weliswaar officieel nooit erkende, 6u en 3 minuten van onze landgenoot Jean-Paul Praet. Voor duizenden loop- en wandelfanaten was dit naast de Bornemse dodentocht dé afspraak van het jaar. Wàs!
    En dus ging organisator André Mingneau op zoek naar een nieuwe locatie om de enige 100 km loopwedstrijd in België te redden. Die vond hij in Maasmechelen. En om de zaken helemaal op punt te zetten, maakte hij er met goedkeuren van een sportief lokaal gemeentebestuur, meteen een ultraloopweekend van met 5 wedstrijden: 50 en 100 km en 6, 12 en 24 uur. De 100 km en de 24 uur golden daarenboven als Belgisch kampioenschap.
    Tot daar wat randgegevens.

    Maar die datum dus. Begin juni, eind september, begin september, het weekend golfde op de tijdlijn van hot naar her tot het uiteindelijk belandde aan de vooravond van de grote vakantie.
    Jammer want nauwelijks een week later stond mijn 6-dagen wedstrijd in Zuid-Italië gepland en die combinatie is uiteraard onmogelijk. Maar ik besloot mijn planning niet te wijzigen en mijn Belgische titel die ik nauwelijks acht maanden geleden bijeen gezwoegd had, in de ring te gooien. Wie hem hebben wilde, had hem eind juni in Maasmechelen maar op te rapen.

    Tot de duiveltjes in je hoofd je ’s nachts uit je slaap houden. Zuid-Italië wordt wel érg heet. En je zal wel wat wereldbekermatchen moeten missen dan. En het is toch ook wel héél ver rijden terwijl Maasmechelen om de hoek ligt. En heel het Belgische ultrawereldje zal er zijn. Kan jij dan ontbreken? Tenslotte zie je mekaar vrij weinig.
    Maar wat heb je er anderzijds bij te winnen? Niks toch. Met 221 km van vorig jaar speel je mee voor een WK-selectie. Een Belgische titel verlengen is alleen een mooie maar wellicht onbereikbare droom…
    In Maasmechelen kan ik enkel verliezen maar ik wil er bij zijn. Verliezen hoort bij de sport. En ik stel mijn eigen doelen, los van de tegenstanders op wie we voorlopig geen zicht hebben. De afstand telt, niet de plaats.

    Vrijdag 27 juni, laatste schooldag. Dag dat de bloemetjes met de collega’s worden buitengezet en vakantieplannen worden gedeeld. Eventjes dan toch want de neus staat naar Maasmechelen. Kasteel Pietersheim biedt een sfeervol decor als voorbereidende nacht. Maar de hemelsluizen staan ver, heel ver open en mijn gedachten dwalen weer af naar de zonnige race in Zuid-Italië…die ik dus niet zal lopen. Dat belooft voor morgenvroeg.

    Zaterdag, 9 uur. Vele handen worden geschud. Alles wat zich in dit land ultraloper mag noemen, is hier verzameld. Ik zoek een geschikte plek langs de omloop om de wagen te stallen en laat de verdere organisatie van over aan mijn trouwe begeleider Vero.
    Met 220 km in mijn gedachten sta ik ontspannen aan de start. Als ik hiermee niet op het podium sta, dan zullen anderen beter zijn en hoef ik daar geen spijt over te hebben. Dat is een zachte gedachte. Tenslotte ben ik de op twee na oudste deelnemer.

    Als het startschot klinkt trekt de bende die dus bestaat uit zowel 50 als 100 km-lopers en 6 en 24-uurlopers, zich op gang. De toppers op de ‘kortere afstanden’ verdwijnen snel. Ik kies voor een start in de achterste, stressloze gelederen maar schuif rustig, met aanmoedigingen heen en weer tussen de deelnemers, verder door. Een 24 uur hoeft geen zotte start. Ik nestel me op mijn horloge in een tempo dat rond de 12 km per uur draait en voel me hier lekker bij. Als ik dit de eerste 50 km soepel kan aanhouden, zijn we al weer aardig opgeschoten.
    Al vroeg passeer ik Marc Papanikitas. Marc was tot voor enkele jaren een topper op de 100 km en maakt nu zijn debuut op de 24 uur. Als je over een favoriet spreekt, kan je aan hem niet voorbij. Omdat hij intrinsiek veel sneller is dan ik, maak ik me een beetje zorgen om dit inhaalmanoeuver. Loop ik niet te hard van stapel? Maar ik jaag me niet op, forceer niet en zie wel of Marc aanpikt of niet. Niet dus. Hij heeft zijn eigen schema en dat ligt blijkbaar net iets lager. Zegt uiteraad nog niets over het eindresultaat, maar is gewoon een andere tactiek. Een vlakke loop wellicht voor Marc terwijl ik altijd probeer door een relatief snelle start mezelf te motiveren en tegelijkertijd de tegenstand onder druk te zetten. Twee droge uurtjes hebben we er opzitten als de aangekondigde regen het spel komt bederven. Eerst nog lichtjes en verfrissend, maar hoe langer het duurt hoe minder de nood. En het zal in de volgende 20 uren nauwelijks nog ophouden…

    Na de vier grote ronden, of na 50 kilometers, blijven we op het plaatselijk parcours rondjes van 2 km draaien. Ik heb er net eentje afgewerkt als ik Papanikitas in de verte zie aan komen lopen. Een voorsprong van een goeie 2 kilometer dus en dat is toch mooi meegenomen. Maar dat rondje vasthouden is natuurlijk niet evident want Marc ruikt bloed. Hij komt naast mij lopen en vraagt naar mijn tactiek: voorsprong opbouwen in de eerste wedstrijdhelft die ik kan afgeven in het tweede gedeelte om te eindigen op 220 kilometers. Het is hier ervaring tegenover snelheid. En twee mentaal eerder kwetsbare geesten. Marc snelt er vandoor maar ik bijt. Sneller dan ik wil maar ik loop met een pokerface opnieuw naast en over hem. ‘Pat, jij bent nog snel’ ventileert hij zijn opkomende ontgoocheling. ‘Ja, Marc, je zal op zijn minst moeten werken om dat rondje terug te pakken, hoor’, bluf ik. En zo hangen we nog tientallen kilometers aan elkaars elastiekje. De zenuwen staan op knappen maar de spieren ook. Zal ik hem toch maar laten gaan en inzetten op de tweede plaats of blijf ik vol gaan met het risico de motor op te blazen?

    Voorlopig kies ik voor de tweede optie. Tot de regen na 80 kilometer mijn hoofd binnenstroomt: dit is écht niet leuk meer. Doorweekte voeten zijn helemaal kapot gelopen, shirt en short schuren langs mijn dijen en onder mijn oksels. Verversen ja, maar dat betekent tijdverlies en wat helpt het ook. Een streep onder het ultralopen, dat lijkt me op dit moment een geweldig idee. Ik laat me vallen in een stoeltje aan de auto. Maar zeven mensen rond me proberen me op andere gedachten te brengen. Tevergeefs voorlopig. Ik wil warm douchen, gezellig een trappist drinken en vanuit een stoel kijken naar al die gekken die over de kletsnatte straten lopen. Chimay, roept iemand aan de overkant, die heb ik hier wel! Aaaah, lekker! Vero heeft me ondertussen een warme shirt over het natte lijf dedrapeerd. Drie minuten verloren, ga nu weer lopen! En inderdaad, weg zijn we. Welk beestje in je hoofd dit voor mekaar krijgt, is niet duidelijk maar van dan af besluit ik om de finish te halen, al moet ik op mijn knieën kruipen.
    Ondertussen krijgt ook Marc het duidelijk moeilijk, met de regen, met de wetenschap dat we nog 15 uur voor de boeg hebben en met het feit dat de tegenstand wellicht toch taaier is dan gedacht. Hij heeft wellicht net niet die 7 supporters die hem in de wedstrijd houden en gooit na 102 kilometer de handdoek. Het duurt even voor ik écht geloof dat Marc uit de wedstrijd is. Maar eens dat bevestigd wordt, heradem ik. Dit verandert de alles. Nu volgen nummers twee, Chris d’Hooghe en André Lindekens, op een rondje of 5. Of in afstand gesteld, op ongeveer een uur. Maar eist de snelle start en het gevecht met Marc straks niet zijn tol? Het is nog best ver lopen toch, er kan nog van alles misgaan. Voor de geest is dit een ideale situatie maar kan het lijf zo lang nog mee?
    Anderzijds heb ik halfweg de wedstrijd zelden in zulk een comfortabele positie gelopen. Ik besluit mijn tactiek aan te passen, mijn 220 kilometerdoel te vergeten en gewoon te lopen voor de Belgische titel. Enkel de achtervolgers controleren dus, niet meer, niet minder. Soms lukt dat, op andere momenten speel je poker want jouw onvermijdelijke dipjes vallen natuurlijk niet samen met die van de tegenstanders. De verzopen nacht passeert en rond vijf uur in de ochtend beginnen de vogeltjes te fluiten. Letterlijk maar ook figuurlijk. De buit is binnen. Met nog slechts 5 uren te gaan kan er niks meer mislopen. De minuten schuiven zo ontzettend traag maar de gedachte aan een nieuwe Belgische titel maakt het allemaal draaglijk. 220 kilometer zitten nog in het bereik maar ach, het is goed geweest zo. Na 23 uur en 210 kilometer zet ik me langs de kant om inderdaad van de lopers te genieten die nog over het beton zwalpen. Mijn titel is veilig.
    Met de nationale driekleur om mijn schouders en Vero aan mijn zij triomfeer ik nog een rondje langs de toeschouwers. 212 kilometers en titel verlengd. Mijn stoutste dromen waar gemaakt. Chris d’Hooghe wordt verdienstelijk tweede met 198 km en Ludo Depoortere is blije derde met 188 km, evenveel als Veerle Beernaerts, schitterend kampioen bij de vrouwen. Coming man André Lindekens bekocht zijn slaapuurtjes wellicht met een podiumplaats. En tenslotte pet af voor Peter De Vriese die zonder zijn kar aan zijn achterwerk ook nog een goeie 180 km bij elkaar harkte.
    Een gemeende dankjewel aan alle vrijwilligers en vooral aan coördinator André Mingneau die – bijna – alles weer piekfijn op de rails had. Bijna, want elk uur een stop moeten maken om te vragen hoe het met jouw afstand en die van je achtervolgers staat, dat is not done. Een bord, André, electronisch of met een ouderwets krijtje, voor de gemoedsrust van de 24 uurlopers die zelf de rondjes niet tellen…
    En nu fingers crossed voor een WK-selectie voor Taiwan in december. Maar eerst moet de spartathlon nog een keertje op het palmares…na de vakantie en die bloemetjes die nog moeten worden buitengezet.

    rudi

    Rudi Vanden Berghe

    Rudi Vanden Berghe
    15/10/1964
    Belg
    Ir.

    Zal ik nooit vergeten:
    10 Miles onder 1H
    marathon onder 3H
    100km onder 9H
    Spartathlon

    Verlanglijstje:
    Mensen begeleiden en aan een pr helpen en me verplaatsen op de landkaart, daarbij genietend van de natuur (sportieve targets heb ik niet meer)

    ronny

    Ronny Jansen

    Naam/name: Jansen Ronald (Ronny)
    Geboortedatum/Date of birth: 19/08/1970
    Nationaliteit/Nationality: BelgBeroep/Occupation:- Manager taxibedrijf
    – Personal-en mental coach in opleiding.Zal ik nooit vergeten/Will never forget:-GUCR 2012
    -Spartathlon 2012
    -Binche 2012 (100km)

    Iedereen die loopt heeft daar zo zijn eigen reden voor. De ene omdat hij/zij wat kilootjes kwijt wil, de andere om de
    stress weg te lopen. Geloof me: Lopen heeft zo zijn krachten.

    Mijn leven is er in ieder geval drastisch door veranderd en ik wil het iedereen aanraden.
    Elk op zijn manier natuurlijk.
    Dank je wel Rudi en Eric. Jullie lagen aan de basis.

    Een filosofie!

    Zo’n 2000 jaar geleden was heel Gallië – zo heette Frankrijk toen – bezet door soldaten van Caesar, de Romeinse veldheer. Héél Gallië? Neen, een kleine nederzetting bleef moedig weerstand bieden aan de overweldigers en maakte het leven van de Romeinen in de omringende legerplaatsen bepaald niet gemakkelijk … . Asterix, Obelix, Abraracourcix, … de Oude Belgen waren de dappersten onder de Galliërs. Ze kregen kinderen die weer kinderen kregen en zo ging het steeds verder tot we nu – vele generaties later – nog steeds een Ronnyfix, Ludovix of Spartix in onze rangen hebben. Alle 3 zijn het “no-nonsense-atleten”. Ze bereiden zich in alle stilte voor op een wedstrijd, zonder al te veel poeha, worden gekenmerkt door de eenvoud en vallen niet op in het straatbeeld. Ze rijden met wagens waar zelfs inspecteur Columbo niet zou instappen. Niemand kent hen en er wordt nauwelijks over hen gesproken.
    Ons kleine landje kent echter nog sporters van een ander allooi. Ze bereiden zich voor op een wedstrijd met alle mogelijke toeters en bellen, de media cirkelen rond hen heen als vliegen rond een paardenvlaai, ze bewegen zich door het straatbeeld met dure wagens met speciale velgen, met zonnebrillen die op hun hoofd staan i.p.v. op de neus en dus louter als statussymbool fungeren, met dure horloges en kettingen, … .

    Ze hebben een naam die nog angstaanjagender is dan deze van de Oude Belgen, de Rode Duivels! Jawel, verschrikkelijk zijn ze! Je zou liever met Kevin Spacey opgesloten zitten tijdens een werkelijke reconstructie van de moorden van “Seven” dan met één van deze Rode Duivels 10 minuten in een kleine kamer te moeten doorbrengen!

     

    In een notedop of notendop – de verschillende bronnen zijn het er niet over eens – dus het verschil tussen het voetbal en het Ultralopen in onze maatschappij. Mannen die regelmatig aan de baxter moeten liggen omdat de krampen opkomen tijdens een spelletje dat 90 minuten duurt enerzijds en mannen die niks zeggen en gewoon in één ruk van Athene naar Sparta lopen in de helse hitte en in minder dan 36 uren anderzijds.
    Nochtans werd het voetbal destijds ook gespeeld door Oude Belgen. Zo hadden we ondermeer Millecampix en Gerretsix. Ze speelden met zwarte schoenen en kenden gouden tijden, de generaties daarna speelden met goudkleurige schoenen en kenden zwarte tijden.

    Terug naar de Ultralopers, we hebben het verdomme al veel te vaak over die voetballers! Het Ultralopen is een filosofie. Het gaat niet om het lopen van een afstand van meer dan een marathon, flauwekul. Aangezien je bij een marathon steeds naar de start moet stappen en na de finish je opnieuw naar je wagen begeeft, zou je dan per definitie steeds een ultra gelopen hebben. Neen dus! Het Ultralopen is een filosofie! Het gaat over het afleggen van grote afstanden door een landschap, reizen op de landkaart maar daarbij enkel je benen gebruikend. Dat alles met beperkte middelen, zonder toeters en bellen, “Keep it simple” is het motto onder de Ultralopers! Diegenen die tot in de puntjes uitgedost zijn, dat zijn niet de gevaarlijke jongens. Diegenen die met versleten schoenen aan de start verschijnen en met een ouderwets loopbroekje, dat zijn de knallers waar je voor moet opletten. Tijdens het doorkruisen van een land gaat de Ultraloper helemaal “Back to basics”. Hij wordt helemaal één met de natuur, maakt er deel van uit! Hij wordt losgerukt van z’n privé- en professioneel leven en in de natuur geplaatst. Het lege gevoel waarmee de Ultraloper te kampen heeft na twintig of meer uren lopen, is heel dubbel. Uiteraard voelt hij elk spiertje, krijgt hij z’n benen uiteindelijk nog nauwelijks vooruit en is hij helemaal uitgeput maar het lege gevoel voelt tegelijk ook heerlijk aan. Het geeft de Ultraloper het gevoel van onoverwinnelijk te zijn, hij kan alles aan en gaat gewoon door en geniet ondertussen nog van alle mooie details die de natuur hem onderweg biedt. Natuurlijk moet je goed voorbereid zijn wanneer je aan de start van een ultraloop staat en natuurlijk moet je de goede benen hebben. Natuurlijk moet je zowel de voorbereiding als de wedstrijd zélf verstandig aanpakken, bijna wetenschappelijk. Maar bovenal heeft de Ultraloper de juiste kop! Geen juiste kop, geen Ultraloper, heel eenvoudig! Het Ultralopen vergt discipline, doorzettingsvermogen, tientallen keren kunnen herrijzen nadat je telkens bent doodgegaan, het ijzer doormidden kunnen bijten, duizend keren die stem overwinnen die zegt dat alles pijn doet en je kan gaan rusten als je stopt maar toch doorgaan. Hou je van toeters en bellen, dan gaat dit echt niet lukken. Tot slot, een Ultraloper kent geen smoezen! Als alles tegen zit, als er 1001 redenen zijn om te stoppen of om niet te gaan trainen, precies dan is het het juiste moment om door te gaan of de deur uit te gaan. Als mentale training is dat van onschatbare waarde om te schitteren in een volgende ultra wanneer het wel meezit. Alleen overmacht is een geldige reden om te stoppen maar beste lezer, neem er een verklarend woordenboek bij, zoek beide woorden op en lees aandachtig het verschil tussen “overmacht” en “smoes”.

    Ziezo, het is genoeg geweest voor vandaag, ik kruip in m’n bed. Misschien tot een volgende keer.

    Rudi Vanden Berghe